Pagina's

zondag 13 januari 2013

GOD bezoekt een eiland.....


De Hebriden opwekking van 1949-1952

Na wat aarzeling nam ik onlangs een boek ter hand over de opwekking die de Hebriden-eilanden - met name het eiland Lewis - van 1949-1952 aandeed. Al vele jaren heeft het onderwerp opwekking mijn grote belangstelling. Ik las over de opwekkingen in New England, Canada, Nijkerk, Woudenberg, Wales en nog meer plaatsen. Gedurende enkele jaren heb ik me ook aangesloten bij een opwekkingsbeweging. Vanuit het geheel heb ik zelf een verdieping in mijn geloofsleven ervaren, die je wel met ‘persoonlijke opwekking’ zou kunnen betitelen. Maar ondanks de verdieping, de beloften, de actie en gebeden bleef de beloofde opwekking (als fenomeen) uit. Dit leidde bij mij tot een ‘opwekkingsmoeheid’ en misschien ook wel een stukje ongeloof dat dit in onze dagen nog mogelijk was.
Jaren geleden leerde ik, tijdens een spreekbeurt in Rotterdam, dr. Colin Peckham kennen. Ik sprak met hem en had wat e-mailcontact. Hij had een website over opwekking (1) en heeft het boek Sounds from Heaven (2) geschreven, dat handelt over de opwekking op het eiland Lewis. Zijn vrouw, Mary, was tijdens deze opwekking tot geloof gekomen en in zijn boek wordt een schets gegeven over het historische beloop.
Het vrij recente overlijden van broeder Peckham was voor mij de aanleiding om zijn boek te bestellen en toch ook te gaan lezen. Van begin tot eind raakte en bleef ik geboeid lezen en een vuurtje werd weer ontstoken. Hopelijk verwarmt het ook u.

Opwekking gaat in de eerst plaats om God Zelf. Het is Zijn glorietijd en opwekking is de heraut van de komst van Zijn Koninkrijk dat aanstaande is. In opwekkingstijden gaan meer mensen dan gebruikelijk over van het koninkrijk van de duisternis naar dat Koninkrijk van Licht. God lijkt zichtbaarder, tastbaarder aanwezig in een kerkelijke gemeente of zelfs streek. Deze Aanwezigheid beheerst de gedachten, gesprekken en het handelen van de mensen in die plaats. Gods Geest overtuigt mensen van zonde, gerechtigheid en oordeel, maar wijst bovenal op Jezus Christus als de uitweg.
Op de Hebriden waren meerdere mensen in gebed voor een hernieuwde bezoeking door Gods Geest. Hernieuwd, want de eilandengroep kende zelfs in de recentere geschiedenis al meerdere opwekkingen. Met name een tweetal oudere vrouwen waren in gebed en wisten vanuit de verborgen omgang met God dat een nieuwe opwekking aanstaande was.
Een predikant, Duncan Campbell, werd uitgenodigd om diensten te komen leiden, maar weigerde eerst te komen. Hij was bezig met een conferentie in Schotland. Eén van de oude vrouwen wist en geloofde dat hij toch zou komen. Bij Duncan Campbell was er vervolgens de innerlijke overtuiging dat hij toch voor een korte reis naar het plaatsje Barvas moest, hij onderbrak zijn bijdrage op de conferentie en hij ging. Zijn verblijf duurde vervolgens langer dan hij zich oorspronkelijk had voorgenomen.
Na enige tijd begon de opwekking en werden mensen door de prediking overtuigd van zonde; een toestand die in sommige gevallen dagen of zelfs weken duurde voordat het licht van vergeving en verzoening doorbrak. De Calvinistische bevolking was, ondanks ontbreken van een waar geloof, wel altijd serieus met godsdienstoefening bezig, maar ondanks dat leefden velen tegelijkertijd in zonde en had de jeugd een dubbele moraal. Vanuit het plaatsje Barvas verspreidde de opwekking zich naar meerdere plaatsen, maar ook begon er onafhankelijk hiervan, maar door dezelfde Geest, in andere plaatsen verandering te komen.

Duncan Campbell, die betrokken was bij de zogenaamde ‘Faith Mission’, kende en respecteerde de kerkelijke achtergrond van de mensen. Ook hijzelf wilde er zeker van zijn dat het God was die een mens wederomgeboren deed worden en vermeed ‘beslissingen’ en een appel op emoties. Zodoende kon Gods Geest een diep werk doen en was het Gods Geest Zelf die in mensen getuigde dat ze nu een kind van God waren geworden. Wat vanuit de mensen werd gedaan, was het zoeken van God in Woord, gebed, diensten, maar ook samenkomsten in huizen. Na afloop van de dienst konden mensen in een aangrenzende ruimte samenkomen voor nog wat persoonlijke aanwijzingen vanuit Gods Woord en gebed. In het genoemde boek staan meerdere ontroerende getuigenissen beschreven van jongeren en ouderen die vroeger of later toch in het doorbreken van Gods Licht en het zien op de Zaligmaker troost en vrede ervoeren.
Van Duncan Campbell zijn via de website www.sermonindex.net preken en getuigenissen over de opwekking te beluisteren. Deze broeder verhaalt hoe hij tijdens de Eerste Wereldoorlog op het slagveld een geloofsverdiepende ervaring had, die hem ertoe bracht om in de kracht van Gods Geest, met vrucht het Evangelie te brengen. In de jaren ’20 beleefde hij een geestelijke opwekking in zijn gemeente, maar in de vele jaren erna ontbrak deze Goddelijke zalving op zijn bediening en leven en hij beschrijft deze tijd als een ‘barren wilderness’. Hij viel ten prooi aan allerlei modernistische ideeën en God was een begrip, maar geen Leven meer voor hem. Een confronterende vraag van zijn jonge dochtertje (“Pappa, u had vroeger opwekking, waarom nu niet meer?”) brak hem. Hij stopte met al zijn dode geestelijke activiteit en bad totdat God hem opnieuw vervulde met Zijn Geest en een nieuwe periode in zijn bediening aanbrak.

Volgens zijn getuigenis ging deze vervulling met Gods Geest niet gepaard met spreken in tongen en kwam dit in de opwekking te Lewis ook niet voor. Wel worden in de getuigenissen meerdere bovennatuurlijke verschijnselen genoemd, zoals de plotselinge overtuiging van zonde bij mensen (ook buiten de diensten om), de gebedslast, het ervaren van Gods Aanwezigheid, het zien van een bovennatuurlijk schijnsel of Licht en het horen van hemels gezang. In een eerdere opwekking in de jaren ’30 waren er ook veel lichamelijke manifestaties, in de opwekking van 1949-1952 kwam dit minder voor en werd dit ook niet gezocht. Toch kwam het onder de zware overtuiging van zonde en Gods Aanwezigheid voor dat mensen niet konden blijven staan. Ook waren enkelen op zulke diepe wijze in gebed en worsteling voor Gods troon, dat ze in een toestand van trance raakten en daar soms ook visioenen, overtuigingen en indrukken verkregen. Juist op dit gebied dienen we voorzichtig te zijn en niet de fout maken om deze verschijnselen bij voorbaat af te wijzen, maar anderzijds moet men er ook niet mee aan de haal te gaan en in het verlengde ervan hiermee de verschijnselen van lachen, rollen, blaffen en vallen verdedigen.
In de Bijbel (3) zien we in de ontmoeting met God dat mensen niet meer kunnen blijven staan, of (lichamelijk) van slag zijn (inwijding tempel, Jesaja, Ezechiël), of in een toestand van extase een visioen krijgen (Petrus). Wat we wel zien in de opwekking van Lewis en in ons land in de opwekking te Nijkerk (1749), is dat lichamelijke manifestaties niet aangemoedigd werden en dat mensen voor wie het allemaal even te veel werd, beter uit de diensten verwijderd konden worden (zonder dat dit van invloed was op het al dan niet doorgaan van Gods werk). Hysterie werd niet gezocht, gewaardeerd en getolereerd.
Duncan Campbell verhaalt ook van confrontaties met de macht der duisternis. Tijdens een dienst ervoer hij totaal gebonden te zijn en had geen vrijheid om te kunnen preken. Achterin de ruimte waren een aantal mannen binnengekomen, waarvan hun gezichten, volgens Campbell, de tekenen vertoonden van bezetenheid. Zij waren gekomen om de dienst te verstoren. Duncan Campbell ervoer toen dat hij een jonge broeder moest vragen om te bidden en na een intensieve tijd van gebed kwam de doorbraak en werden meerdere mensen, waaronder de genoemde mannen, overtuigd van zonde en gered! De duivel werd weerstaan en moest plaatsmaken voor Gods Geest.

In een drukke, geseculariseerde maatschappij en kerk zoals wij die nu vaak kennen, komt de intensiteit en vorm van het geloofsleven op de Hebriden van toen misschien wat bevreemdend over. In die jaren was God niet het bijvoeglijk naamwoord, maar Het Onderwerp van het leven. Als kenmerken van de opwekking zou ik het volgende noemen: Gods Woord in kracht gebracht, intensief en aanhoudend gebed, eenvoudig en rein leven. De Bijbelse noties van Gods heiligheid, schuld, zonde en Gods onverdiende liefde en de noodzakelijke verzoening door Jezus’ bloed werden weer levende begrippen. Zouden we hiervan niet meer ervaren als we meer tijd voor de omgang met de Allerhoogste zouden vrijmaken?

drs. Wilco Sliedrecht

1 www.revivals.org.
2 Sounds from Heaven, Colin & Mary Packham o.a. te bestellen via www.bookdepository.com.
3 2 Kronieken 5:14, Ezechiël 3:15, Jesaja 6:5, Handelingen 10:10

Help, er zijn geen vromen meer!


Een oproep om te leven door de Geest van Christus

eerder gepubliceerd in het Zoeklicht: http://www.zoeklicht.nl/artikelen/help+er+zijn+geen+vromen+meer+_2642

Onlangs werd ik getroffen door de volgende tekst uit Psalm 12: ‘Help toch, Here, want er zijn geen vromen meer; ja, de getrouwen zijn schaars onder de mensenkinderen. Zij spreken valsheid tegen elkaar, zij spreken dubbelhartig, met gladde lippen.’ 

Onder christenen zouden zaken als liegen, overspel, ruzie, bedrog, afgunst en nog meer satanische zaken niet mogen voorkomen, toch? Helaas: voorbeelden te over die het tegendeel lijken te bewijzen.
Af en toe komt er eens een onderzoek voorbij dat aantoont dat problemen met bijvoorbeeld pornografie net zo vaak binnen de kerkmuren voorkomen als daarbuiten. Maar ja, wat versta je onder ‘de kerk’… Recent herlas ik weer een boek dat de verwording van een evangelische huisgemeente tot een griezelige sekte beschrijft; helaas is dit slechts één geschiedkundige beschrijving van een geval zoals er vele zijn. (1) Daar word je echt niet vrolijk van.
Dit soort cijfers en gebeurtenissen verontrusten mij, ze brengen me soms zelfs in verwarring en roepen anderzijds een verontwaardiging in me op. Er is een discrepantie tussen hoe we als christenen vinden dat het zou moeten en de realiteit. Er is een discrepantie tussen de Bijbelse beschrijving van een christenleven en gemeente enerzijds en ons alledaagse leven anderzijds. Nu kun je daar op verschillende manieren mee omgaan. Voor sommigen is het kennelijk geen probleem. Ze doen wat goed voelt en beweren dat God het dan ook wel goed zal vinden; ook al gaat het rechtstreeks tegen Gods Woord in! Zij zijn zichzelf tot subjectieve maat; zolang het maar niet al te gortig wordt natuurlijk.

De Bijbel laat er geen twijfel over bestaan dat bepaalde zaken niet in een christenleven thuishoren. (Galaten 5:13-26). Bij de wedergeboorte ontvangt een mens de Heilige Geest en wordt Gods kind. Leven als kind van God bestaat er uit dat we naar deze Geest gaan wandelen. De Geest van God wordt ook wel ‘de Geest van Christus’ genoemd (Romeinen 8:9). Hier ligt dan ook het geheim om als Jezus te kunnen wandelen. Er is een nieuwe, interne motivatie en kracht om het oude, verkeerde achter te laten en een nieuw leven te gaan leiden. (2) Waar deze kracht en motivatie ontbreken, is dit een ernstige zaak. Het zou er op kunnen duiden dat de betreffende persoon nog niet is wedergeboren; nog niet is overgegaan van de dood naar het leven. ‘Want indien gij naar het vlees leeft, zult gij sterven; maar indien gij door de Geest de werkingen des lichaams doodt, zult gij leven’ (Romeinen 8:13).
Maar dan een blik naar binnen, in je eigen leven. Bij het wijzen naar de ander wijzen er nog altijd meer vingers naar jezelf, zei iemand eens. Door Gods genade zijn er mogelijk geen grove, uitwendige zonden, maar om nu te zeggen dat je wandelt zoals Jezus gewandeld heeft (1 Johannes 2:6)?
Zelfs wedergeboren kinderen van God kunnen perioden van hun leven dwalen en afdwalen. Wie kent geen perioden van geestelijke droogte, lauwheid en gezapigheid. Maar iedere keer is daar weer de Here Jezus die oproept om terug te keren tot die eerste liefde (Openbaring 2:4,5). Ook staat daar de belofte van de Goede Herder. Hij bewaart en staat ervoor in dat geen van Zijn schapen verloren gaat (Johannes 10:28). Desalniettemin is het een strijd, een wedloop; er is geen ruimte om eens rustig achterover te gaan leunen. Er klinkt de oproep tot strijd tegen de zonde en de mogelijkheid van overwinning door de Geest van God. Wie durft te zeggen dat hij ten bloede toe heeft gestreden (Hebreeën 12:4)? Wordt die strijd echter niet vanuit Gods Geest gevoerd, dan is het een verloren en uitputtende zaak.

Bovenstaande houdt niet in dat we de volmaaktheid in dit leven kunnen bereiken. Steeds opnieuw is daar het kostbare bloed van Jezus Christus, dat reinigt van zonden (1 Johannes 1).
Het Evangelie van Gods vrije genade moet klinken en blijven klinken. Gods Woord moet alle schuilplaatsen en bolwerken slechten. Er moet geen ontsnappen mogelijk zijn. Zijn Woord moet in alle volheid klinken en werkt met de kracht als van een hamer. In de aanhoudende beschuldiging en aanklacht vanwege onze zonde en verlorenheid klinkt er een uitweg: Jezus! In jouw plaats gestorven. Zo is er dan geen verdoemenis voor hen die in Jezus Christus zijn (Romeinen 8:1). Waar het Evangelie in volheid klinkt en geloofd wordt, worden zonden vergeven en ontstaat er nieuw leven.

Toch is daar tegenover deze heerlijke werkelijkheid, die andere, waarover de Psalmdichter het naar God uitroept. En hoe vaak spreekt God Zelf in de profeten Zijn volk niet aan op een levenswandel die niet klopt?
Hoe moet ik nu omgaan met de zonden bij anderen? Met zonde in de gemeente? Durven we anderen nog op zaken aan te spreken? Spreken we überhaupt onszelf nog wel eens aan? Allereerst is het goed om oog te hebben voor eigen zonden, maar dit houdt niet in dat je met de rest dan niets meer moet of doet. Met de frase “niet oordelen” maken we onszelf en anderen monddood. De Bijbel zegt wel wat meer.

In 1 Johannes 5 wordt onderscheid gemaakt tussen zonden die wel en niet tot de dood leiden. In het laatste geval zal God de ander het leven geven als wij Hem daar om vragen. Naar mijn overtuiging is er voor een christen een onderscheid tussen ‘in zonde vallen’ en ‘in zonde leven’. Omdat we zo op het oog het onderscheid niet kunnen maken, is het goed om de ander op de zonde aan te spreken. De Bijbel leert om bij niet luisteren een ander mee te nemen en bij blijvend volharden in zonde het de gemeente te zeggen. Een vorm van ‘gemeentetucht’ zou in sommige gevallen niet geschuwd moeten worden. Er moet op dit gebied weer meer onderscheid met de wereld komen. De gemeente is de plaats waar Jezus Heer is en ‘een ieder die de Naam van Christus noemt sta af van ongerechtigheid’ (2 Timoteüs 2:19). In de Korinthe-brieven wordt beschreven hoe dit bij iemand tot bekering heeft geleid (1 Korintiërs 5, 2 Korintiërs 7).
We kunnen het ons als christen niet permitteren om slordig te leven of zonde toe te laten. Daarmee geven we buitenstaanders de gelegenheid om Degene die ons heeft vrijgekocht te lasteren, brengen we pijn en verwarring bij medechristenen en zijn we ongehoorzaam aan Gods opdracht om te leven door Zijn Geest. Voor sommigen in de gemeente ligt de problematiek echter dieper; nooit was er een echte ontmoeting met God. Zonder wedergeboorte voel je je nog prima in de zonde en volgt er ook geen bekering, mochten medebroeders en -zusters je al eens een keer aanspreken. Is het u nooit opgevallen dat velen zonder moeite in de gemeente kunnen komen en blijven, soms zelfs een taak krijgen en desondanks in zonde kunnen blijven leven? Ligt dat dan aan hen of ligt dat aan de gemeente?
Hier ligt een enorme verantwoordelijkheid voor sprekers, voorgangers en dominees. Je kunt jarenlang om de moeilijke teksten heen preken. Aan in slaap gesuste gemeenten heeft de duivel geen partij. Als een prediker nooit problemen met mensen krijgt vanwege de zogenaamd ‘veroordelende’ inhoud van de preek, moet hij eens na gaan denken. Paulus, Elia, Jeremia, Stefanus, Jezus Christus Zelf; ze hadden niet alleen maar vrienden. (3) Gods boodschap kan namelijk behoorlijk tegen de haren instrijken. De zondeval heeft diepe sporen nagelaten. Ieder mens is van nature een vijand van God en het ‘begeren van het vlees’ gaat ook bij de christen van binnen in tegen wat God wil. (4) Daarom is het zo belangrijk dat de Geest van God in een mens komt wonen (wedergeboorte) en wij door die Geest vervuld worden. Dat laatste keer op keer! Die Geest is namelijk Gods Geest en dan wordt ons verlangen Gods verlangen, ons willen Gods willen en ons liefhebben God liefhebben.

In aanvulling op Psalm 12 zou ik willen bidden: “Help toch Heer en geef leven! Laat de afstotelijkheid van de zonde en de Heerlijkheid van Christus zien. En leer ons, Uw kinderen, steeds tot Uw eer te wandelen door Uw Geest. Amen!”


1 Als het zoet bitter wordt, Bram Krol
2 Voor een uitwerking: Nieuw leven, wat er gebeurd als we worden wedergeboren, John Piper
3 Zie o.a.: 2 Korintiërs 11; 1 Koningen 18:17; Jeremia 20:1 e.v.; Handelingen 6 en 7; Johannes 6:60-66
4 Galaten 5:16,17