Pagina's

woensdag 27 februari 2013

Een mensonterende boodschap

eerder gepubliceerd in Zoeklicht 1 van 2013 website Zoeklicht

Het Evangelie, dat ik u verkondigd heb…[i]

Door: Wilco Sliedrecht

Het Evangelie, het goede nieuws, is een boodschap die bij de gemiddelde mens niet lekker in het gehoor ligt. Natuurlijk, je kunt het verhaal wat sappiger, wat heroïscher maken, maar sec genomen is het nu niet een boodschap die ‘lekker landt’. Op momenten dat ik er met niet- gelovigen over spreek, merk ik soms dat ik mezelf hoor praten en bevliegt het me vaak dat het niet erg ‘cool’ is wat ik sta of zit te vertellen. Zeker als je niet om de hete brij wilt heen draaien.
De gemiddelde mens lijkt er eigenlijk ook niet zo’n behoefte aan te hebben; zonde en de vergeving daarvan zal ze een worst wezen. Anderzijds gaan hun ogen wel glimmen en heb je een heel ander gesprek als het bijvoorbeeld over de voetbalwedstrijd van gisteren of –ik noem nog maar wat- de trouwjurk van een prinses - gaat.
Nu vinden er al jarenlang allerlei initiatieven plaats om de boodschap wat toegankelijker te maken en het Evangelie in hapklare brokken op te dienen. Een nieuwe poging om het Nederlandse volk te bereiken geschiedde met een populair, glimmend blaadje ( ‘glossy’). De boodschap over zonde zou een boodschap over het  begrip schaamte worden. Gelovigen die letterlijk met één been in de wereld staan kregen in dit blad een prominente plaats om te vertellen dat er ‘meer’ is.  Een initiatiefnemer verwachtte van tevoren overigens niet dat er mensen door tot geloof zouden komen….[ii]
Nu lijkt het er inderdaad vaak op dat er allerlei ongewenste en onnodige hobbels liggen en de kerk een niet al te best imago heeft. Een christen of groep christenen, die op een Christus- onterende manier in de media komt, schaadt daarmee de Naam die ze –al dan niet terecht- dragen. Gedrag van gelovigen kan de Naam van God onder niet- gelovigen schaden, zo blijkt uit Nieuw Testamentische teksten [iii]. Het omgekeerde is overigens een uitdagender opdracht! [iv]
Wat dat betreft past gelovigen eigenlijk wel wat meer bescheidenheid, ja berouw. Vaak moeten er heel wat stenen uit de akker verwijderd en hobbels vereffend worden, voordat je tot de kern kunt komen. Daarom heb ik begrip voor laagdrempelige initiatieven die trachten eerst wat goodwill te kweken, voordat de eigenlijke boodschap gelanceerd kan worden.
Toch ligt hem daar ook weer ‘de crux’, als je vervolgens aan die eigenlijke boodschap van het kruis niet toekomt. Soms wordt ‘Paulus op de Areopagus’ in Athene als voorbeeld aangehaald ; sluit net als Paulus eerst aan bij de leefwereld (hier de Griekse godenwereld) van je gesprekspartner!  Lees je het verhaal in Handelingen 17 echter goed, dan zie je dat dit alleen maar als tijdelijk opstapje naar de eigenlijke boodschap diende. Paulus pakt gelijk door, maar ook al even daarvoor had hij ‘gewoon’ over Jezus en de opstanding gesproken. Hierna ging Paulus verder en vertelde over bekering en Gods oordeel. Het gevolg is een tweedeling in zijn gehoor: er komen spotters en volgers. Vanuit de laatste categorie kwamen vervolgens ook mensen tot geloof.
Dan nog een opmerkelijke beschrijving van een boodschap van Jezus zelf (Lukas 4:16 evv.). Hij preekt in de plaats Nazareth, waar hij opgegroeid is, in de synagoge vanuit het boek Jesaja. Heel het publiek stemt met zijn woorden in en verwondert zich over die woorden van genade. Dit hebben ze nog nooit gehoord! Al snel  slaat de stemming om als Jezus er nog wat aan toevoegt….. God verkiest niet het ‘met zichzelf ingenomene’, zo luidt Jezus boodschap. Het was Zijn tijd nog niet, want anders was Hij ter plekke vermoord.
Op een andere Bijbelplek [v] staat beschreven dat Jezus geen voorkeur voor de grote aantallen had. Hij ziet haarscherp wie behoren tot het relatief kleine clubje ware volgers. In de plaats Kapernaüm houdt Hij zijn hoorders voor dat alléén wie zijn vlees eet en bloed drinkt, het eeuwige leven beërft en tot het leven zal opstaan. Hij geeft ook nog aan dat niemand tot Hem kan komen, tenzij dat God de Vader dat geeft.
Zonder door de Geest geopende ogen, oren, verstand en hart, versta je namelijk niet dat de God-mens Jezus Christus Zijn leven moest geven om verzoening teweeg te brengen. God opende het hart van Lydia, en er komen precies zoveel mensen tot geloof als er hiertoe bestemd waren. [vi] [vii]
Toen de zondeval net had plaatsgevonden gaf God al de belofte van de komst van Zijn Zoon. De toorn van God en de genoegdoening  voor de zonde, die niet door het bloed van stieren en bokken kon plaatsvinden, vonden hun oplossing in het offer dat eenmaal door Jezus Christus gebracht werd. Hij zei: “Ik zal komen, Ik bied Mezelf aan, Vader!” (Hebr. 10).  
Het was A.W. Tozer die stelde: “Je moet door God, vóór God en van God gered worden”. Naast het “alzo lief” uit Johannes 3, zegt vers 36: “Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven, maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem “.

Er is in de eerste plaats niet het probleem tussen u en de duivel of u en de anderen om u heen dat opgelost moet worden. Het belangrijkste probleem heeft de mens met God Zelf! Dit probleem is dusdanig dat over onze ‘vijandschap’ [viii] en een ‘haat’ [ix] vanuit God naar u gesproken wordt. Daarom bestaat er geen grotere liefde, dan de opzoekende, onverdiende en stervende liefde van God in Zijn Zoon, Jezus Christus. Voor een goed mens zou je in uitzonderlijke gevallen misschien je leven nog willen geven, maar voor zondaren en vijanden? [x]

Daarom berooft het Evangelie ons van alle eigen eer; maar geeft de mens uiteindelijk een buitengewone eer. Dit slaat mijn trots, al mijn verdienste neder,'t verlaagt mij diep, maar o, 't verhoogt mij weder!
Wat staat dat haaks op onze cultuur en natuurlijke toestand!
Het komt van Hem, door Hem en is bedoeld tot eer van Hem. In Zijn en mijn dood, wordt uiteindelijk het leven gevonden.  Een mensonterende, maar tegelijk mensverheerlijkende boodschap. Een Evangelieboodschap, ondersteund door uw  verander(en)de levenswandel!



[i]  1 Kor.15:1
[iii]  Bijv. Rom. 2:24, 1 Tim. 6:1 en Titus 2:5
[iv] Mat. 5:16, 1 Petr. 2:12
[v] Joh.6 vanaf vs. 22
[vi] Hand.16:14, Hand. 13:48
[vii] Hoewel het leerstuk van Gods verkiezing tot een theologisch wangedrocht kan worden en mensen in sommige kringen onterecht iedere eigen verantwoordelijkheid ontneemt, laat het in haar zuivere vorm Gods eer in de redding van zondaren schitteren als een diamant. Paulus verwoordt dit in Romeinen 8 (vs. 29-30) prachtig!
[viii] Rom. 5:10
[ix] Psalm 5:6 en 11: 5
[x] Romeinen 5:7

zondag 3 februari 2013

Lessen uit het sterfhuis............ (1)

Stel, u bent op weg en halverwege uw straat staat een raam in kantelstand open. Terwijl u voorbij loopt, hoort u het gesnik van enkele aanwezigen in dit huis. U werpt een korte blik naar binnen en ziet de contouren van de aanwezigen door de vitrage heen. Zij staan rondom een geliefde die zojuist de laatste adem heeft uitgeblazen…
In het huis waar rouw bedreven wordt over een recent gestorvene, valt volgens Salomo meer te leren dan in een huis waar vanwege een blijde gebeurtenis feest wordt gevierd. (2) Deze stelling uit Prediker 7:22 kan je rauw op je dak vallen. Is rouw beter dan de vreugde van een feest? Ja, inderdaad is het volgens de Bijbel goed om stil te staan bij het lot dat ons allen vroeg of laat zal treffen. Het is niet aan allen gegeven om in een vurige wagen ten hemel te reizen of als levende de wederkomst van Christus mee te maken. Niet alleen de prediker Salomo spiegelt ons deze waarheid voor. Verschillende Bijbelschrijvers (en door hen heen God de Heilige Geest zelf) dwingen ons stil te staan bij een waarheid waar we meestal liever aan voorbij lopen. Voor u die desondanks toch verder bent blijven lezen: laten we er toch even bij stilstaan…

  Salomo: stilgezette realist
‘Sterven’ als begrip werd al direct in de eerste hoofdstukken van de Bijbel - en daarmee de geschiedenis van de mensheid - geïntroduceerd. Had het eerste echtpaar dit nog in eigen hand; door hun daad van ongehoorzaamheid glipt ook ons het leven uit handen. Dagelijks sterven er naar schatting wereldwijd ruim 150.000 mensen; in Nederland zo’n 370 mensen per dag. Dat zijn enorme aantallen, als je hier tenminste even bij stil durft te staan. Overigens is er dagelijks in veel meer huizen de vreugde van een geboorte en in ontelbare huizen de vreugde van bijvoorbeeld een verjaardagsfeest. Ook bij de vreugdetonen van een bruiloft is het goed toeven! Het eerste wonder van Jezus gebeurde op een bruiloft, maar ook de rouwenden gaf Hij soms een geliefde terug. Straks is er ‘de bruiloft van het Lam’; een feest dat nooit zal eindigen. Toch vraagt de Prediker ons om ons te concentreren op het huis waar de tranen nog lang niet gedroogd zijn. Waar de rouw en diep gevoeld verlies de sombere boventoon voeren. Hier valt volgens Salomo namelijk meer te leren dan in de huizen waar de feestvreugde overheerst. Feest kende de schrijver Salomo overigens zelf in overvloed. Hij had zijn hart gezet op alles wat er maar te genieten viel. Zoals veel jongeren ook nu nog hun jeugd zien als de tijd van ‘feesten’, zocht Salomo het onder andere in (overigens beperkt) alcoholgebruik en de liefde. Na zijn zoektocht naar het ware genieten, was de conclusie dat het uiteindelijk allemaal ‘ijdel’ was. Dit zijn niet de woorden van een gedeprimeerde idealist, maar de woorden van een stilgezette realist. Tragisch is het als je zo in je bezit opgaat en steeds ‘grotere schuren bouwt’ en op dat moment je ziel van je afgeëist wordt (Lucas 12:20). Zoals het in Hebreeën 9:27 verwoord wordt: het is de mensen beschikt om te sterven, en hierna volgt het oordeel.

  Het houdt niet op!
In het huis van rouw, daar waar een mens in zijn sterfhuis de laatste adem heeft uitgeblazen en de overgebleven geliefden staren naar het levenloze lichaam, juist daar is de plek om tot bezinning te komen. Daar is de schrikwekkende realiteit van ‘de zondeval’ en haar wrede gevolgen voor de gehele mensheid zichtbaar als nooit te voren. De echo klinkt en weerklinkt: ‘ten dage, als gij daarvan eet, zult gij de dood sterven.’ De rebellie van het ‘als God willen zijn’ werd op deze wijze duur betaald. De dood wordt een vijand genoemd. De laatste vijand die uiteindelijk ontwapend en overwonnen wordt (1 Korintiërs 15:26) en in zekere zin al is. Als de dood is ingetreden, houdt het volgens de Bijbel niet op. Hoewel moderne hersenwetenschappers aannemen dat het bewustzijn alleen maar kan bestaan vanwege de aanwezigheid van een werkend brein, leert de Bijbel dat er na de dood twee opties zijn. Er is een plaats van eeuwig afgrijzen en er is een plaats van eeuwige zaligheid. Er is een plaats van een eeuwigheid zonder God en een plaats van een eeuwigheid in aanwezigheid van God. Om in de eerste plaats te komen hoef je niet veel te doen; men komt er vanzelf uit. De tweede plaats is voor diegenen die al tijdens het leven zijn overgegaan van de dood naar het leven. Al bij de geboorte is de toestand van de mens een ‘geestelijke dood’. Ongevoelig voor geestelijke zaken, van nature niet geneigd om van God te houden en van Hem te genieten. ‘Vijandschap’ wordt dat zelfs genoemd. Dus al tijdens het aardse leven is er een tweede ‘levendmaking’ van levensbelang. ‘Ook u heeft Hij met Hem levend gemaakt, u die dood was door de overtredingen en de zonden’ (Efeziërs 2:1, HSV). Na de geboorte moet er dus een wedergeboorte plaatsvinden, die ertoe leidt dat u al tijdens dit leven met en voor God leeft.

  Eeuwig leven
Ik wil u meenemen naar een bijzondere plek van rouw waar bovenstaande mogelijk gemaakt is. Net buiten de stadsmuren van Jeruzalem hangt te midden van twee anderen een man, die zojuist de laatste adem heeft uitgeblazen. Hij is de dood gestorven aan een Romeins martelwerktuig. Enkelen die Hem liefhebben, kijken verbijsterd en staan snikkend op Golgotha. Ook veel later zal er over deze ‘doorstokene’ nog rouw bedreven worden.(3) Zijn lichaam wordt weggehaald naar een grafspelonk gebracht. De rouwenden hebben het lichaam met grote zorg behandeld. Weer wat later zien we een aantal rouwende vrouwen; zij komen tevergeefs bij het graf. Daar is ‘de dood’ voor de gelovige namelijk de doorgang naar het eeuwige leven geworden. Gelooft u dat? Gelooft U Hem? Toen Lazarus gestorven was, huilde Jezus. Toch sprak Hij toen de volgende haast onwerkelijke woorden: ‘Ik ben de Opstanding en het Leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al was hij gestorven, en ieder die leeft en in Mij gelooft, zal niet sterven in eeuwigheid.’ En daar die vraag: ‘Gelooft u dat?’ (4)
 Tot slot een tekst uit Openbaring 21: ‘En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.’ Zorg dat u dáár bij bent, want dan heeft uw bezoek aan ‘het huis vol rouw’ pas echt zin gehad.

 Wilco Sliedrecht 

 1 Ter nagedachtenis aan mijn vader: Willem Sliedrecht. Overleden 17-12-1992. 
 2 ‘Het is beter naar een klaaghuis te gaan dan naar een huis te gaan waar een feestmaal gehouden wordt. Dat is immers het einde van iedere mens, en de levende moet het ter harte nemen’ (HSV). ‘Het is beter dat je naar een huis vol rouw gaat dan naar een huis vol feestrumoer, want in een huis vol rouw eindigt iedereen. Dat neme ieder mens zijn leven lang ter harte’ (NBV). 
 3 Zacharia 12:10, Openbaring 1:7 
 4 Johannes 11:25,26

zondag 13 januari 2013

GOD bezoekt een eiland.....


De Hebriden opwekking van 1949-1952

Na wat aarzeling nam ik onlangs een boek ter hand over de opwekking die de Hebriden-eilanden - met name het eiland Lewis - van 1949-1952 aandeed. Al vele jaren heeft het onderwerp opwekking mijn grote belangstelling. Ik las over de opwekkingen in New England, Canada, Nijkerk, Woudenberg, Wales en nog meer plaatsen. Gedurende enkele jaren heb ik me ook aangesloten bij een opwekkingsbeweging. Vanuit het geheel heb ik zelf een verdieping in mijn geloofsleven ervaren, die je wel met ‘persoonlijke opwekking’ zou kunnen betitelen. Maar ondanks de verdieping, de beloften, de actie en gebeden bleef de beloofde opwekking (als fenomeen) uit. Dit leidde bij mij tot een ‘opwekkingsmoeheid’ en misschien ook wel een stukje ongeloof dat dit in onze dagen nog mogelijk was.
Jaren geleden leerde ik, tijdens een spreekbeurt in Rotterdam, dr. Colin Peckham kennen. Ik sprak met hem en had wat e-mailcontact. Hij had een website over opwekking (1) en heeft het boek Sounds from Heaven (2) geschreven, dat handelt over de opwekking op het eiland Lewis. Zijn vrouw, Mary, was tijdens deze opwekking tot geloof gekomen en in zijn boek wordt een schets gegeven over het historische beloop.
Het vrij recente overlijden van broeder Peckham was voor mij de aanleiding om zijn boek te bestellen en toch ook te gaan lezen. Van begin tot eind raakte en bleef ik geboeid lezen en een vuurtje werd weer ontstoken. Hopelijk verwarmt het ook u.

Opwekking gaat in de eerst plaats om God Zelf. Het is Zijn glorietijd en opwekking is de heraut van de komst van Zijn Koninkrijk dat aanstaande is. In opwekkingstijden gaan meer mensen dan gebruikelijk over van het koninkrijk van de duisternis naar dat Koninkrijk van Licht. God lijkt zichtbaarder, tastbaarder aanwezig in een kerkelijke gemeente of zelfs streek. Deze Aanwezigheid beheerst de gedachten, gesprekken en het handelen van de mensen in die plaats. Gods Geest overtuigt mensen van zonde, gerechtigheid en oordeel, maar wijst bovenal op Jezus Christus als de uitweg.
Op de Hebriden waren meerdere mensen in gebed voor een hernieuwde bezoeking door Gods Geest. Hernieuwd, want de eilandengroep kende zelfs in de recentere geschiedenis al meerdere opwekkingen. Met name een tweetal oudere vrouwen waren in gebed en wisten vanuit de verborgen omgang met God dat een nieuwe opwekking aanstaande was.
Een predikant, Duncan Campbell, werd uitgenodigd om diensten te komen leiden, maar weigerde eerst te komen. Hij was bezig met een conferentie in Schotland. Eén van de oude vrouwen wist en geloofde dat hij toch zou komen. Bij Duncan Campbell was er vervolgens de innerlijke overtuiging dat hij toch voor een korte reis naar het plaatsje Barvas moest, hij onderbrak zijn bijdrage op de conferentie en hij ging. Zijn verblijf duurde vervolgens langer dan hij zich oorspronkelijk had voorgenomen.
Na enige tijd begon de opwekking en werden mensen door de prediking overtuigd van zonde; een toestand die in sommige gevallen dagen of zelfs weken duurde voordat het licht van vergeving en verzoening doorbrak. De Calvinistische bevolking was, ondanks ontbreken van een waar geloof, wel altijd serieus met godsdienstoefening bezig, maar ondanks dat leefden velen tegelijkertijd in zonde en had de jeugd een dubbele moraal. Vanuit het plaatsje Barvas verspreidde de opwekking zich naar meerdere plaatsen, maar ook begon er onafhankelijk hiervan, maar door dezelfde Geest, in andere plaatsen verandering te komen.

Duncan Campbell, die betrokken was bij de zogenaamde ‘Faith Mission’, kende en respecteerde de kerkelijke achtergrond van de mensen. Ook hijzelf wilde er zeker van zijn dat het God was die een mens wederomgeboren deed worden en vermeed ‘beslissingen’ en een appel op emoties. Zodoende kon Gods Geest een diep werk doen en was het Gods Geest Zelf die in mensen getuigde dat ze nu een kind van God waren geworden. Wat vanuit de mensen werd gedaan, was het zoeken van God in Woord, gebed, diensten, maar ook samenkomsten in huizen. Na afloop van de dienst konden mensen in een aangrenzende ruimte samenkomen voor nog wat persoonlijke aanwijzingen vanuit Gods Woord en gebed. In het genoemde boek staan meerdere ontroerende getuigenissen beschreven van jongeren en ouderen die vroeger of later toch in het doorbreken van Gods Licht en het zien op de Zaligmaker troost en vrede ervoeren.
Van Duncan Campbell zijn via de website www.sermonindex.net preken en getuigenissen over de opwekking te beluisteren. Deze broeder verhaalt hoe hij tijdens de Eerste Wereldoorlog op het slagveld een geloofsverdiepende ervaring had, die hem ertoe bracht om in de kracht van Gods Geest, met vrucht het Evangelie te brengen. In de jaren ’20 beleefde hij een geestelijke opwekking in zijn gemeente, maar in de vele jaren erna ontbrak deze Goddelijke zalving op zijn bediening en leven en hij beschrijft deze tijd als een ‘barren wilderness’. Hij viel ten prooi aan allerlei modernistische ideeën en God was een begrip, maar geen Leven meer voor hem. Een confronterende vraag van zijn jonge dochtertje (“Pappa, u had vroeger opwekking, waarom nu niet meer?”) brak hem. Hij stopte met al zijn dode geestelijke activiteit en bad totdat God hem opnieuw vervulde met Zijn Geest en een nieuwe periode in zijn bediening aanbrak.

Volgens zijn getuigenis ging deze vervulling met Gods Geest niet gepaard met spreken in tongen en kwam dit in de opwekking te Lewis ook niet voor. Wel worden in de getuigenissen meerdere bovennatuurlijke verschijnselen genoemd, zoals de plotselinge overtuiging van zonde bij mensen (ook buiten de diensten om), de gebedslast, het ervaren van Gods Aanwezigheid, het zien van een bovennatuurlijk schijnsel of Licht en het horen van hemels gezang. In een eerdere opwekking in de jaren ’30 waren er ook veel lichamelijke manifestaties, in de opwekking van 1949-1952 kwam dit minder voor en werd dit ook niet gezocht. Toch kwam het onder de zware overtuiging van zonde en Gods Aanwezigheid voor dat mensen niet konden blijven staan. Ook waren enkelen op zulke diepe wijze in gebed en worsteling voor Gods troon, dat ze in een toestand van trance raakten en daar soms ook visioenen, overtuigingen en indrukken verkregen. Juist op dit gebied dienen we voorzichtig te zijn en niet de fout maken om deze verschijnselen bij voorbaat af te wijzen, maar anderzijds moet men er ook niet mee aan de haal te gaan en in het verlengde ervan hiermee de verschijnselen van lachen, rollen, blaffen en vallen verdedigen.
In de Bijbel (3) zien we in de ontmoeting met God dat mensen niet meer kunnen blijven staan, of (lichamelijk) van slag zijn (inwijding tempel, Jesaja, Ezechiël), of in een toestand van extase een visioen krijgen (Petrus). Wat we wel zien in de opwekking van Lewis en in ons land in de opwekking te Nijkerk (1749), is dat lichamelijke manifestaties niet aangemoedigd werden en dat mensen voor wie het allemaal even te veel werd, beter uit de diensten verwijderd konden worden (zonder dat dit van invloed was op het al dan niet doorgaan van Gods werk). Hysterie werd niet gezocht, gewaardeerd en getolereerd.
Duncan Campbell verhaalt ook van confrontaties met de macht der duisternis. Tijdens een dienst ervoer hij totaal gebonden te zijn en had geen vrijheid om te kunnen preken. Achterin de ruimte waren een aantal mannen binnengekomen, waarvan hun gezichten, volgens Campbell, de tekenen vertoonden van bezetenheid. Zij waren gekomen om de dienst te verstoren. Duncan Campbell ervoer toen dat hij een jonge broeder moest vragen om te bidden en na een intensieve tijd van gebed kwam de doorbraak en werden meerdere mensen, waaronder de genoemde mannen, overtuigd van zonde en gered! De duivel werd weerstaan en moest plaatsmaken voor Gods Geest.

In een drukke, geseculariseerde maatschappij en kerk zoals wij die nu vaak kennen, komt de intensiteit en vorm van het geloofsleven op de Hebriden van toen misschien wat bevreemdend over. In die jaren was God niet het bijvoeglijk naamwoord, maar Het Onderwerp van het leven. Als kenmerken van de opwekking zou ik het volgende noemen: Gods Woord in kracht gebracht, intensief en aanhoudend gebed, eenvoudig en rein leven. De Bijbelse noties van Gods heiligheid, schuld, zonde en Gods onverdiende liefde en de noodzakelijke verzoening door Jezus’ bloed werden weer levende begrippen. Zouden we hiervan niet meer ervaren als we meer tijd voor de omgang met de Allerhoogste zouden vrijmaken?

drs. Wilco Sliedrecht

1 www.revivals.org.
2 Sounds from Heaven, Colin & Mary Packham o.a. te bestellen via www.bookdepository.com.
3 2 Kronieken 5:14, Ezechiël 3:15, Jesaja 6:5, Handelingen 10:10

Help, er zijn geen vromen meer!


Een oproep om te leven door de Geest van Christus

eerder gepubliceerd in het Zoeklicht: http://www.zoeklicht.nl/artikelen/help+er+zijn+geen+vromen+meer+_2642

Onlangs werd ik getroffen door de volgende tekst uit Psalm 12: ‘Help toch, Here, want er zijn geen vromen meer; ja, de getrouwen zijn schaars onder de mensenkinderen. Zij spreken valsheid tegen elkaar, zij spreken dubbelhartig, met gladde lippen.’ 

Onder christenen zouden zaken als liegen, overspel, ruzie, bedrog, afgunst en nog meer satanische zaken niet mogen voorkomen, toch? Helaas: voorbeelden te over die het tegendeel lijken te bewijzen.
Af en toe komt er eens een onderzoek voorbij dat aantoont dat problemen met bijvoorbeeld pornografie net zo vaak binnen de kerkmuren voorkomen als daarbuiten. Maar ja, wat versta je onder ‘de kerk’… Recent herlas ik weer een boek dat de verwording van een evangelische huisgemeente tot een griezelige sekte beschrijft; helaas is dit slechts één geschiedkundige beschrijving van een geval zoals er vele zijn. (1) Daar word je echt niet vrolijk van.
Dit soort cijfers en gebeurtenissen verontrusten mij, ze brengen me soms zelfs in verwarring en roepen anderzijds een verontwaardiging in me op. Er is een discrepantie tussen hoe we als christenen vinden dat het zou moeten en de realiteit. Er is een discrepantie tussen de Bijbelse beschrijving van een christenleven en gemeente enerzijds en ons alledaagse leven anderzijds. Nu kun je daar op verschillende manieren mee omgaan. Voor sommigen is het kennelijk geen probleem. Ze doen wat goed voelt en beweren dat God het dan ook wel goed zal vinden; ook al gaat het rechtstreeks tegen Gods Woord in! Zij zijn zichzelf tot subjectieve maat; zolang het maar niet al te gortig wordt natuurlijk.

De Bijbel laat er geen twijfel over bestaan dat bepaalde zaken niet in een christenleven thuishoren. (Galaten 5:13-26). Bij de wedergeboorte ontvangt een mens de Heilige Geest en wordt Gods kind. Leven als kind van God bestaat er uit dat we naar deze Geest gaan wandelen. De Geest van God wordt ook wel ‘de Geest van Christus’ genoemd (Romeinen 8:9). Hier ligt dan ook het geheim om als Jezus te kunnen wandelen. Er is een nieuwe, interne motivatie en kracht om het oude, verkeerde achter te laten en een nieuw leven te gaan leiden. (2) Waar deze kracht en motivatie ontbreken, is dit een ernstige zaak. Het zou er op kunnen duiden dat de betreffende persoon nog niet is wedergeboren; nog niet is overgegaan van de dood naar het leven. ‘Want indien gij naar het vlees leeft, zult gij sterven; maar indien gij door de Geest de werkingen des lichaams doodt, zult gij leven’ (Romeinen 8:13).
Maar dan een blik naar binnen, in je eigen leven. Bij het wijzen naar de ander wijzen er nog altijd meer vingers naar jezelf, zei iemand eens. Door Gods genade zijn er mogelijk geen grove, uitwendige zonden, maar om nu te zeggen dat je wandelt zoals Jezus gewandeld heeft (1 Johannes 2:6)?
Zelfs wedergeboren kinderen van God kunnen perioden van hun leven dwalen en afdwalen. Wie kent geen perioden van geestelijke droogte, lauwheid en gezapigheid. Maar iedere keer is daar weer de Here Jezus die oproept om terug te keren tot die eerste liefde (Openbaring 2:4,5). Ook staat daar de belofte van de Goede Herder. Hij bewaart en staat ervoor in dat geen van Zijn schapen verloren gaat (Johannes 10:28). Desalniettemin is het een strijd, een wedloop; er is geen ruimte om eens rustig achterover te gaan leunen. Er klinkt de oproep tot strijd tegen de zonde en de mogelijkheid van overwinning door de Geest van God. Wie durft te zeggen dat hij ten bloede toe heeft gestreden (Hebreeën 12:4)? Wordt die strijd echter niet vanuit Gods Geest gevoerd, dan is het een verloren en uitputtende zaak.

Bovenstaande houdt niet in dat we de volmaaktheid in dit leven kunnen bereiken. Steeds opnieuw is daar het kostbare bloed van Jezus Christus, dat reinigt van zonden (1 Johannes 1).
Het Evangelie van Gods vrije genade moet klinken en blijven klinken. Gods Woord moet alle schuilplaatsen en bolwerken slechten. Er moet geen ontsnappen mogelijk zijn. Zijn Woord moet in alle volheid klinken en werkt met de kracht als van een hamer. In de aanhoudende beschuldiging en aanklacht vanwege onze zonde en verlorenheid klinkt er een uitweg: Jezus! In jouw plaats gestorven. Zo is er dan geen verdoemenis voor hen die in Jezus Christus zijn (Romeinen 8:1). Waar het Evangelie in volheid klinkt en geloofd wordt, worden zonden vergeven en ontstaat er nieuw leven.

Toch is daar tegenover deze heerlijke werkelijkheid, die andere, waarover de Psalmdichter het naar God uitroept. En hoe vaak spreekt God Zelf in de profeten Zijn volk niet aan op een levenswandel die niet klopt?
Hoe moet ik nu omgaan met de zonden bij anderen? Met zonde in de gemeente? Durven we anderen nog op zaken aan te spreken? Spreken we überhaupt onszelf nog wel eens aan? Allereerst is het goed om oog te hebben voor eigen zonden, maar dit houdt niet in dat je met de rest dan niets meer moet of doet. Met de frase “niet oordelen” maken we onszelf en anderen monddood. De Bijbel zegt wel wat meer.

In 1 Johannes 5 wordt onderscheid gemaakt tussen zonden die wel en niet tot de dood leiden. In het laatste geval zal God de ander het leven geven als wij Hem daar om vragen. Naar mijn overtuiging is er voor een christen een onderscheid tussen ‘in zonde vallen’ en ‘in zonde leven’. Omdat we zo op het oog het onderscheid niet kunnen maken, is het goed om de ander op de zonde aan te spreken. De Bijbel leert om bij niet luisteren een ander mee te nemen en bij blijvend volharden in zonde het de gemeente te zeggen. Een vorm van ‘gemeentetucht’ zou in sommige gevallen niet geschuwd moeten worden. Er moet op dit gebied weer meer onderscheid met de wereld komen. De gemeente is de plaats waar Jezus Heer is en ‘een ieder die de Naam van Christus noemt sta af van ongerechtigheid’ (2 Timoteüs 2:19). In de Korinthe-brieven wordt beschreven hoe dit bij iemand tot bekering heeft geleid (1 Korintiërs 5, 2 Korintiërs 7).
We kunnen het ons als christen niet permitteren om slordig te leven of zonde toe te laten. Daarmee geven we buitenstaanders de gelegenheid om Degene die ons heeft vrijgekocht te lasteren, brengen we pijn en verwarring bij medechristenen en zijn we ongehoorzaam aan Gods opdracht om te leven door Zijn Geest. Voor sommigen in de gemeente ligt de problematiek echter dieper; nooit was er een echte ontmoeting met God. Zonder wedergeboorte voel je je nog prima in de zonde en volgt er ook geen bekering, mochten medebroeders en -zusters je al eens een keer aanspreken. Is het u nooit opgevallen dat velen zonder moeite in de gemeente kunnen komen en blijven, soms zelfs een taak krijgen en desondanks in zonde kunnen blijven leven? Ligt dat dan aan hen of ligt dat aan de gemeente?
Hier ligt een enorme verantwoordelijkheid voor sprekers, voorgangers en dominees. Je kunt jarenlang om de moeilijke teksten heen preken. Aan in slaap gesuste gemeenten heeft de duivel geen partij. Als een prediker nooit problemen met mensen krijgt vanwege de zogenaamd ‘veroordelende’ inhoud van de preek, moet hij eens na gaan denken. Paulus, Elia, Jeremia, Stefanus, Jezus Christus Zelf; ze hadden niet alleen maar vrienden. (3) Gods boodschap kan namelijk behoorlijk tegen de haren instrijken. De zondeval heeft diepe sporen nagelaten. Ieder mens is van nature een vijand van God en het ‘begeren van het vlees’ gaat ook bij de christen van binnen in tegen wat God wil. (4) Daarom is het zo belangrijk dat de Geest van God in een mens komt wonen (wedergeboorte) en wij door die Geest vervuld worden. Dat laatste keer op keer! Die Geest is namelijk Gods Geest en dan wordt ons verlangen Gods verlangen, ons willen Gods willen en ons liefhebben God liefhebben.

In aanvulling op Psalm 12 zou ik willen bidden: “Help toch Heer en geef leven! Laat de afstotelijkheid van de zonde en de Heerlijkheid van Christus zien. En leer ons, Uw kinderen, steeds tot Uw eer te wandelen door Uw Geest. Amen!”


1 Als het zoet bitter wordt, Bram Krol
2 Voor een uitwerking: Nieuw leven, wat er gebeurd als we worden wedergeboren, John Piper
3 Zie o.a.: 2 Korintiërs 11; 1 Koningen 18:17; Jeremia 20:1 e.v.; Handelingen 6 en 7; Johannes 6:60-66
4 Galaten 5:16,17

zondag 2 december 2012

Voorbijgaande liefde

dit artikel is eerder gepubliceerd in Zoeklicht nr. 24 van 2011

Het boek Hooglied, in het Oude Testament, bevat een vurige, gedetailleerde en soms behoorlijk expliciete beschrijving van de liefde tussen een man en vrouw. Verhaalvorm en beurtzang tussen Salomo en zijn (aanstaande) bruid vormen een pakkend geheel. Natuurlijk zijn er ‘regels’ voor Bijbeluitleg1 en het ware te wensen dat die in onze dagen veel meer gevolgd werden. In preken en Bijbelstudies worden soms verbanden gelegd, die er niet zijn, of wordt een tekst als opstapje gebruikt om een eigen verhaaltje te vertellen. We moeten geen dingen uit een tekstgedeelte tevoorschijn halen, die er niet instaan of niet aansluiten bij het geheel van de Bijbelse gedachtewereld. Toch is het soms ook voor de Nieuwtestamentische Bijbelschrijvers gebruikelijk geweest om gebeurtenissen uit het Oude Testament als beeld voor het nieuwe verbond te gebruiken; te ‘allegoriseren’.2
Door de eeuwen heen, hebben uitleggers van het Woord in de ‘Hoogliedse’ liefdesrelatie ook de liefdesrelatie tussen Christus en Zijn Kerk ingelezen. Jezus Christus zei over Zichzelf: ‘meer dan Salomo is hier’? (Matteüs 12:42; Lucas 11:31). De 19e-eeuwse, Londense Baptistenprediker Charles Haddon Spurgeon gaf aan in ieder gedeelte uit het Oude Testament net zo lang te zoeken tot hij een pad naar Christus gevonden had. Hij schreef het boek Christ in the Old Testament met daarin tientallen van zulke studies. Door zijn preken vonden velen – zelfs tot op de dag van vandaag – de Liefde van hun leven.

Op meerdere plekken in de Bijbel wordt de relatie tussen God en Zijn volk, tussen God en de individuele gelovige, beschreven in termen van een liefdes- of huwelijksrelatie. Denk aan de aangrijpende beschrijving van Gods niet-beantwoorde liefde in Ezechiël 16, het beeld van het huwelijk dat Paulus in 2 Korintiërs 11:2 gebruikt en het huwelijk der huwelijken: de bruiloft van het Lam beschreven in Openbaring 19.
Naast een verhaal over ‘gewone’ liefde, las ik in een gedeelte uit hoofdstuk 5 van het Hooglied (vers 2-7) ook over de liefde tussen Christus en de gelovige. Want het pad naar Christus, is in dit gedeelte snel gevonden!
‘Ik sliep, maar mijn hart waakte.
De stem van mijn Liefste, Die aanklopte:
Doe Mij open, Mijn zuster, Mijn vriendin,
Mijn duif, Mijn volmaakte,
want Mijn hoofd is vol dauw,
Mijn haarlokken vol druppels van de nacht.
Ik heb mijn onderkleed uitgetrokken.
Waarom zou ik dat weer aantrekken?
Ik heb mijn voeten gewassen.
Waarom zou ik ze weer vuilmaken?
Mijn Liefste trok Zijn hand uit de opening van de deur
en mijn binnenste werd onrustig om Hem.
Ik stond op om mijn Liefste open te doen,
en mijn handen dropen van mirre
en mijn vingers van vloeiende mirre
over de handgreep van de grendel.
Ik deed mijn Liefste open,
maar mijn Liefste was weg, Hij was weggegaan.
Ik was buiten mijzelf, toen Hij sprak!
Ik zocht Hem, maar ik vond Hem niet,
Ik riep Hem, maar Hij antwoordde mij niet.
De wachters die in de stad de ronde deden, vonden mij.
Zij sloegen mij, verwondden mij,
zij namen mijn sluier van mij af,
de wachters op de muren.’

Een vrouw, geliefd door de ‘Liefste’, ligt te slapen. Toch is tegelijkertijd haar hart wakker. Dan, in het midden van de nacht, komt Hij langs. Zijn hand wil de deur al iets open doen. De vrouw twijfelt of ze nu wel of niet open zal doen. Gewassen voeten en ongeschikte kleding zijn belangrijker en gaan boven een ontmoeting met de ‘Liefste’. Dan bedenkt ze zich; wil alsnog open doen, maar Hij is weg… Ze roept Hem, zoekt Hem, maar Hij is… voorbijgegaan.

Laten we het beeld doortrekken naar de gemeente, of dichterbij nog: naar jezelf. Hoeveel momenten waarop we als het ware ‘een ontmoeting’ met onze geliefde Heiland hadden kunnen hebben, zijn niet vruchteloos voorbijgegaan? Voorbijgegaan, omdat andere onbenullige zaken het wonnen van een ontmoeting met Hem. De Liefste, zo staat in het boek Openbaring beschreven, ‘staat aan de deur en klopt’, wachtend om opengedaan te worden. Juist bij de lauwe gemeente, juist bij de lauwe christen, komt Hij langs en nodigt om Hem open te doen. De christen, die denkt ‘geen gebrek’ te hebben, zijn zaakjes op orde te hebben, die wel iets beters te doen heeft dan een kloppende Heiland open te doen, is juist de christen die het zó nodig heeft dat Hij ‘de maaltijd met hem gebruikt’. En dat is trouwens geen eenrichtingsverkeer (‘en hij met Mij’)! Wie Hij liefheeft, die bezoekt Hij, wijst Hij terecht en bestraft Hij! (Openbaring 3:19-20)
‘Liefde’ is een sleutelwoord in het christelijk geloof: ‘Geliefden, laten wij elkaar liefhebben, want de liefde is uit God; en ieder die liefheeft, is uit God geboren en kent God. Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde’ (1 Johannes 4:7,8).
‘U zult de Here, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand’ (Matteüs 22:37). Hoe indringend was niet de vraag van Jezus aan Petrus: “Heb je Me nu écht lief?” (Johannes 21).
Geld, bezittingen, een relatie, roem of aanzien kunnen de plek van de Liefste innemen. Dusdanig dat je je diep bedroefd van Hem afkeert, wanneer dat belangrijker is dan Hem… (Lucas 18:23). Ware liefde tot Hem kan je zelfs je (dagelijkse) leven kosten; maar je krijgt er het Leven voor terug. Dat kan soms best even pijn doen; zeker als je ‘je leven niet liefhebt tot in de dood’ (Openbaring 12:11; Marcus 8:35).

Terug naar de liefdesgeschiedenis. Hij komt voorbij. Hij klopt bij je aan. Zijn haarlokken zijn vol druppels van de nacht, vol bloeddruppels van de nachtelijke worsteling in Getsemané. Hij had, uit liefde voor jou, Zijn leven in ieder geval niet lief tot in de dood. Zijn liefde ging voorbij die grens. Voor een goed mens zou je dit misschien nog willen doen; maar voor zondaren? Onbegrijpelijke liefde. Opzoekende liefde. Gevende liefde. Stervende liefde. En wij? Wij kunnen alleen maar liefhebben, omdat hij éérst heeft liefgehad (1 Johannes 4:19).
Zijn hand wil de deur al ietsje open doen. Je weifelt, maar staat even daarna toch op. Maar inmiddels is Hij voorbijgegaan. Hij is niet meer in zicht, jouw roepen kaatst als een holle echo naar je terug. Je gaat naar Hem op zoek in de kou van de nacht. De wachters, die goed voor je zouden moeten zijn, helpen je niet, maar verwonden slechts. Hoe velen, die de plek van ‘Ezechiël-wachter’ innemen, verwonden de mensen niet, in plaats van dat ze mensen de weg naar Christus wijzen. Zij verwonden door mensen het ware en volledige Evangelie te onthouden. Wee die wachters! Wee ook mij? Ik denk liever niet na over de kansen die er waren om iets over mijn Liefste te vertellen, maar die voorbijgegaan zijn. Jezus ging voorbij…

Jezus, de Geliefde, gaat voorbij. Hij klopt aan de deur. Doe jij Hem open? Als je ‘hart waakt’, terwijl je slaapt, heb je méér dan de dwaze meisjes. Zij zullen buiten blijven op de grote bruiloft (Matteüs 25).
Hij zoekt echte liefde, Geest-gewerkte liefde. Deze liefde uit zich in liefdesdaden. Geloof zonder werken is dood. Werken zonder liefde is ook niets waard.3
Jezus staat aan de deur en wil worden opengedaan. Laat de Liefde niet voorbijgaan!

Wilco Sliedrecht


 1 Zie o.a. Verantwoord Bijbelgebruik; J. Boekhout, Prediking en predikers; D.M. Lloyd-Jones, Pastorale adviezen; C.H. Spurgeon, Biblical preaching; H.W. Robinson
2    1 Korintiërs 10 (bijv. vers 4); Hebreeën 13:10-13
3 Johannes 14:23, Jakobus 2:14 ev, 1 Korintiërs 13

Honger naar de ware God (sbeleving) III

Lees dit artikel in het Zoeklicht

Zeven charismatische gevaren die de kerk bedreigen
In twee eerdere artikelen heb ik verschuivingen beschreven die zich binnen kerken op verschillende gebieden voordoen. Waar inhoud en plaats van Gods Woord en Evangelie veranderen, leidt het geloof vroeg of laat ‘schipbreuk’ (1 Timoteüs 1:19). In dit laatste artikel is het gevaar om op een dwaalspoor te geraken wel bijzonder groot, omdat in profetie en ‘opwekking’ Gods rechtstreeks spreken en Aanwezigheid geclaimd worden; wie zou daar tegenin durven gaan?

Profetie of fantasie
Het Bijbelse begrip ‘profetie’ heeft meerdere kanten. Zo is er het ‘met kracht spreken van God ontvangen woorden over mensen, situaties of landen’, ‘het met gezag brengen van de Schrift’ en ‘het voorspellen van of waarschuwen voor aanstaande gebeurtenissen’. Het profetisch spreken is ‘stichtend, vermanend en bemoedigend’ (1 Korintiërs 14:3).
Op het uitspreken van valse profetieën rustte Gods toorn. Wie profetieën uitspreekt die niet uitkomen, hoeven we verder niet meer serieus te nemen (Deuteronomium 18). Helaas blijven veel ‘profeten’ waarvan de profetie aantoonbaar niet uitgekomen is, gewoon op hun positie staan.
In opkomst is ook het ‘oefenen met profetie’; na gebed mag de eerste tekst of gedachte die opkomt ‘doorgegeven worden’. Deze werkwijze vinden we niet terug in de Bijbel. Hier kwam God met Zijn Woord naar iemand toe die Hij had uitgezocht. Alleen datgene mocht gesproken worden. De profeten hadden niet ieder moment van de dag en voor iedere situatie een ‘Woord van God’ klaarliggen; Zijn genadige antwoord kwam soms pas na een week. Zelfs wanneer God inzicht geeft in toekomstige gebeurtenissen is voorzichtigheid met de interpretatie geboden. Paulus kreeg van stad tot stad te horen dat hem vervolging te wachten stond, maar toch was het niet Gods bedoeling om dit lijden te ontlopen (Handelingen 20:23, 21:11-14).
Ik geloof dat we speciaal wanneer we getuigen en preken de rechtstreekse beïnvloeding van Gods Geest op onze gedachten en woorden mogen vragen en verwachten. Dit gaat samen met een ijverig lezen en bestuderen van Gods Woord. Een prediker als John Piper, die geen deel uitmaakt van de zogenaamde ‘charismatische beweging’, vermeldt dit ook.1 Van de 19e eeuwse baptistenpredikant Spurgeon wordt verhaald dat hij soms zomaar in het midden van de preek de situatie van een aanwezige beschreef en soms zelfs in de richting van de betreffende persoon wees. Dit heeft tot bekeringen geleid.2 Staat zoiets niet in 1 Korintiërs 14:24-25? ‘Maar als allen profeteren en er komt een ongelovige of toehoorder binnen, dan wordt hij door allen weerlegd, wordt hij door allen doorgrond, het verborgene van zijn hart komt aan het licht en hij zal zich ter aarde werpen, God aanbidden en belijden, dat God inderdaad in uw midden is.’

Vals opwekkingsvuur
Reeds meerdere keren werd op grote conferenties een beweging van Gods Geest aangekondigd; even zovele keren bleef deze beweging uit. Er was wel veel beweging, soms ook veel tumult… maar van een opwekking was geen sprake.
Het begrip ‘opwekking’ wordt gebruikt om het wakker worden en tot leven komen van het ingeslapen volk van God te beschrijven. Dit heeft zich in Bijbelse tijden en in de kerkgeschiedenis meerdere malen voorgedaan. Mensen keren weer terug tot God en God keert terug tot Zijn volk.
Dit gaat vaak gepaard met meerdere, soms spectaculaire bekeringen en soms ook met andere wonderen. Vanuit zondebesef wordt geroepen naar God! Hoe kostbaar is dan de verkondiging van het Evangelie aan verslagen zielen! Het oordeel aan een Ander voltrokken geeft mij vrijspraak! Een opwekking waar het verlossingswerk van Jezus Christus niet centraal staat, kan geen opwekking genoemd worden.
In iedere opwekking speelde bij mensen de menselijke psyche op soms hysterische wijze op. Soms ook waren het demonische machten die zich kenbaar maakten of de zaak wilden verstoren. Waar adequaat werd ingegrepen en onnodige verschijnselen werden ingedamd kon het werk van God in de overtuiging van zonde, gerechtigheid en oordeel gewoon doorgaan.3
In onze dagen staat het begrip opwekking voor sommigen gelijk aan de meest excentrieke verschijnselen. De uitingen die ingedamd dienden te worden, worden juist aangemoedigd. De verkondiging van een helder Evangelie verdwijnt dan vaak geruisloos naar de achtergrond.
Denk niet dat er soms geen waarheden over Jezus gebracht kunnen worden of dat beleden wordt dat het om Jezus’ eer gaat en Hij aanbeden wordt. De leider van een recente beweging bleek een alcoholist, leefde in overspel en is inmiddels gescheiden. De geclaimde genezingen en zelfs ‘opstandingen uit de dood’ bleken op bedrog te berusten.
Meerderen waarschuwden zelfs dat tijdens bijeenkomsten van recente bewegingen mensen een occulte belasting hebben opgelopen. De ‘psyche’ van de mens kan sowieso heel wat raars voortbrengen. Schudden, ‘shaken’, gillen of knorren zijn - voorzichtig gesteld - geen noodzakelijke bijverschijnselen bij een werk van God. In bijeenkomsten worden profetieën soms onder spastische en schuddende bewegingen uitgesproken, sommigen sissen als een slang. Op videobeelden heb ik kinderen gillend op de grond zien liggen, mensen sprongen rond als in paniek en pijn. Er is niets nieuws onder de zon; al eerder in de kerkgeschiedenis hebben zich dergelijke bewegingen voorgedaan.
Gods boodschap van de noodzaak van redding is te ernstig om er een circus omheen te bouwen. Wanneer Gods Geest werkt, worden mensen verslagen in het hart. Soms roepen ze het uit: ‘Mannen wat moeten we doen?’ Maar het hysterische is hier ver te zoeken.
Soms ziet men het zogenaamde ‘vallen in de geest’. Onder gebed, maar ook wel doordat de prediker naar een groep mensen wijst of zwaait, vallen mensen achterover en blijven soms enige tijd op de grond liggen. Bij nadere bestudering kun je lijnen zien lopen van predikers die dit aan elkaar hebben ‘overgedragen’.
Voor mij is in ieder geval duidelijk dat ‘het vallen’ in de huidige vorm niet in de Bijbel voorkomt en niet als een ‘bijzondere zegen’ gezocht moet worden. Ik ‘viel van mijn stoel’ van verbazing dat recent een bekende theoloog een serieuze poging heeft gedaan om een Bijbelse verdediging te geven. Waar in de Bijbel mensen vallen, betreft dit situaties van oordeel, een overweldigd zijn van wat men zag of vanuit de wil om te aanbidden.4 Zelfs aardse dingen kunnen we soms even niet met ons brein en gevoel bevatten; door spannende gebeurtenissen, een bijna-ongeluk of een aanblik van iets ergs vallen mensen soms zelfs flauw.
Waar men overweldigd werd door bijvoorbeeld een visioen of verschijning van een engel of van Jezus, werd de persoon snel weer op de voeten geholpen en met woorden gerustgesteld. Naar mijn overtuiging is er voor het ‘vallen’ - zoals dat nu in samenkomsten wordt gepraktiseerd - geen Bijbelse basis.

Tot slot
In een oprecht verlangen naar ‘meer van God en Zijn Geest’ blijft waakzaamheid geboden, omdat voorspeld is dat ‘in de laatste dagen’ de dwalingen en valse profeten zullen toenemen. Waar de kennis van God en Zijn Woord minder wordt, kunnen allerlei dwalingen en ‘schijnbewegingen’ voet aan de kerkelijke grond krijgen. Gods Geest verheerlijkt Christus. Wie niet meer tevreden is met ‘Jezus Christus en Dien gekruisigd’ en de grote (geestelijke) rijkdom die in Gods Woord beloofd wordt, is uiteindelijk een arm mens. Aan de andere kant kunnen we ons ook tevreden stellen met minder dan God voor ons in petto heeft; dan doen we God en Zijn Woord ook tekort. Mijn gebed is dat we in christelijk Nederland steeds meer van onze levende God zullen ontvangen. ‘Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God’ (Psalm 42)!

Drs. W. Sliedrecht

Voor wie verder wil lezen:
• D.M. Lloyd-Jones; Onuitsprekelijke vreugde, Wordt niet dronken van wijn, Beproeft alle dingen.
• Jonathan Edwards; Die God leeft nog.
• Ian H. Murray; Pinksteren vandaag.
• J. Penn-Lewis; Oorlog tegen de heiligen (dient met onderscheidingsvermogen en getoetst aan de Bijbel gelezen te worden).

Voetnoten:
1 http://www.desiringgod.org/ResourceLibrary/MediaPlayer/186/Video/
2 Zie o.a. Hij won hen voor Christus, Eric Haydn.
3 Nieuwkerk, een lichtbaken op de Veluwe, Drs. J. Fekkes; blz. 145 en 147 e.v.
4 Zie o.a. Lev. 9:24, 1Kon. 8:11, Joh. 18:6, Opb. 1:17.

Honger naar de ware Godsbeleving II

eerder gepubliceerd in het Zoeklicht

Zeven charismatische gevaren die de kerk bedreigen

Om mij heen zie ik een honger naar God en naar het beleven van Hem als realiteit. Als men zich in een zoektocht naar Hem op paden begeeft die de Zijne niet zijn, komt men echter op een dwaalspoor terecht. In een drietal artikelen behandel ik zeven ontwikkelingen die zich binnen kerken en gemeenten voordoen. Vaak betreft het hier de herontdekking of misinterpretatie van een deelwaarheid, die vervolgens een te grote plaats in het geloofsleven krijgt.
In het vorige artikel heb ik de veranderingen in de inhoud van de Evangelieboodschap en de plaats van muziek besproken. De onderstaande drie zaken die ik beschrijf hebben kunnen ontstaan door het niet of verkeerd interpreteren van Bijbelteksten. Waar een subjectieve interpretatie of buiten-Bijbelse openbaring over de objectieve betekenis van een Bijbeltekst of gedeelte gaat heersen, gaan zaken scheefgroeien.

Een benauwende ‘kracht van woorden’
Een groeiende groep christenen gelooft dat wat ze uitspreken met hun mond werkelijkheid wordt. Deze stroming noemt men ook wel de ‘Word of faith’-beweging. Men baseert dit op teksten als bijvoorbeeld Spreuken 18:21 ‘dood en leven zijn in de macht van de tong.’ Het is ten hemel schreiend hoe Bijbelteksten gemolesteerd zijn om deze denkwijze mogelijk te maken. Op obsessief compulsieve wijze is men vervolgens bezig om positieve belijdenissen uit te spreken en de negatieve belijdenissen te herroepen en te verbreken. Vervolgens ‘claimt’ men rijkdom, voorspoed en gezondheid. Deze beweging is verwant aan en gaat vaak ook samen met het ‘Welvaartsevangelie’. In extreme gevallen heeft dit geloof in de ‘positieve belijdenis’ zelfs tot doden geleid, omdat ziekte ‘ontkend’ werd en adequate medische hulp daardoor niet werd gezocht.1 Bij sommige predikers heeft deze leer inderdaad tot grote voorspoed en rijkdom geleid; maar alleen maar omdat hun naïeve volgelingen hun eigen geld ‘in ruil voor zegen’ hebben afgegeven. Dit ‘positief belijden’-denken is terug te voeren op een zekere E.W. Kenyon, die vervolgens meerdere - met name - Amerikaanse predikers heeft beïnvloed.2 Helaas hebben velen zich weer door deze predikers laten beïnvloeden en dit denken kritiekloos overgenomen. Een vrijwel identiek denken vindt men in bewegingen als Christian Science en ook een vrij recente wereldlijke hype als The Secret. Deze denkwijze is nooit onderdeel geweest van hoe christenen de afgelopen 2000 jaar hebben gedacht en kan verwezen worden naar het rijk der fabelen. Naast aan animisme verwante denkbeelden vindt men ook het pantheïstische idee dat iedere christen een ‘kleine god’ is en dat daardoor uitgesproken woorden ‘scheppingskracht’ hebben. Dit denken is vreemd aan het Bijbelse denken.

Genezing voor iedereen!
De genezingen die Jezus Christus en de apostelen verrichtten waren uniek en echt. We lezen niet over mislukkingen en gevallen die te moeilijk voor hen waren. De unieke kracht van het doorbrekende Koninkrijk van God ging gepaard met tekenen en wonderen. Het was Gods eigen ‘stempel’ om te laten zien dat de boodschap en boodschappers uit Hem voortkwamen. De tekenen zouden de gelovigen volgen en niet andersom. In de Bijbel lezen we ook van ziektegevallen die ‘voor lief’ werden aangenomen. Mensen werden ziek achtergelaten, soms werd aanhoudend gebeden, maar ‘Gods genade was op dat moment genoeg’ en de kwaal bleef.3 Ook nu is er nog de Bijbelse opdracht om voor zieken te bidden en hen te zalven met olie (Jakobus 5:14). Ook geloof ik dat God als Hij wil nog steeds ‘gaven van genezingen’ aan de gemeente geeft. Genezing valt echter niet te claimen. We dienen te bidden naar Gods wil en in onderwerping aan Hem. Niet genezen worden hoeft niets te maken te hebben met gebrek aan geloof. Het vóórkomen van tekenen en wonderen is overigens Bijbels gezien geen garantie dat het met de persoon in kwestie wel goed zit (Matteüs 7:22,23). Het is vreselijk om te zien hoe soms genezingen geclaimd worden die achteraf gezien niet waar bleken te zijn. Er bestaan ongelooflijke getuigenissen van nog mobiele mensen die voor de bijeenkomst in rolstoelen werden gezet; en wat een wonder als ze dan uit de rolstoel kwamen! Ook beweren wetenschappers dat in massabijeenkomsten veel zogenaamde ‘psychosomatische ziektebeelden’ genezen worden. Door een psychisch probleem of conflict ontstaat een lichamelijke kwaal. Door beïnvloeding van diezelfde psyche wordt dit proces weer omgedraaid en verdwijnt de lichamelijke uiting. Hier speelt dus de kracht van suggestie en niet Gods kracht. In onze dagen komen genezingen van dodelijke kanker, HIV en het weer herstellen van bijvoorbeeld een afgerukt lichaamsdeel of het na enkele dagen opstaan uit de dood, zelden voor. Dit moeten we gewoon in alle eerlijkheid constateren.4 Hier valt veel over te zeggen; persoonlijk kan ik er mee leven dat wij in onze dagen niet die autoriteit hebben zoals Jezus of de apostelen die hadden. Bij de dood van Tabita in het plaatsje Joppe besloot niet iedereen in de gemeente te gaan bidden, maar riep men een man met buitengewone kracht en gaven, namelijk Petrus (Handelingen 9). Daarmee wil ik me er niet makkelijk van af maken en blijf geloven dat het kan en dat we ons naar genezingen mogen uitstrekken. Zelf heb ik enkele opmerkelijke zaken gezien na gebed om genezing; maar ook hier blijf ik voorzichtig. Voor claims die niet waar blijken te zijn, heb ik geen goed woord over. We hoeven geen schijnwerkelijkheid te creëren. Laten we eerlijk onze moeite, ons zoeken en onze vragen onder ogen zien. Ieder geval van ziekte is een bewijs van de gevallen staat van deze schepping en doet ons ook denken aan de belofte dat dit ooit uitgebannen zal zijn. Ieder geval van ziekte herinnert er ons ook aan dat geloof in Jezus Christus nodig is tot redding van die gevallen staat. Ook al zou er geen genezingswonder gebeuren; de heerlijkheid van Jezus verlossingswerk is mij genoeg; Zijn genade is mij genoeg!

Demonen overal!
Demonie is een Bijbels gegeven waarmee we rekening moeten houden en waar we een antwoord op moeten hebben. Waar mensen worden lastiggevallen of zelfs bezeten zijn en er bevrijding gezocht wordt, mogen in Jezus’ Naam deze afvallige engelen worden weggestuurd. In de Bijbel vinden we dat sommige ziektebeelden door een boze geest werden veroorzaakt; en bij uitdrijven verdween de kromme rug of de ‘epilepsie’. Juist in gebieden met veel occulte activiteit, waar bijvoorbeeld een ‘Simon de Tovenaar’ actief was, werden vele demonen uitgedreven.5 Er zijn echter in onze dagen stromingen en mensen die beweren dat bij iedereen voor bevrijding van geesten gebeden moet worden. Hele stambomen en familielijnen worden doorgebeden. Allerlei uitspraken worden herroepen en bindingen worden verbroken. Voor ieder slecht gedrag of lichamelijke afwijking kan zo een verantwoordelijke demon worden geïdentificeerd en uitgedreven. We moeten desondanks nuchter constateren dat dit in de Bijbel zo niet voorkomt. Als dit zo belangrijk zou zijn en een standaard handelwijze zou moeten zijn bij een ieder die tot geloof kwam, had hierover toch wel meer in de Bijbel gestaan? Ook hier worden weer teksten uit het verband gerukt en wordt daarop een hele theologie en werkwijze gebouwd. Mogelijk is dit een truc van de duivel, om een gedeelte van de christenen bezig te houden en angst te zaaien. Zo is er van ‘jagen naar heiliging’ geen sprake meer en wordt men opgehouden om te doen wat echt nodig is. Laten we alsjeblieft nuchter blijven. Iedereen die christen wordt, gaat over van het koninkrijk van de satan naar het koninkrijk van het licht. Niet bij iedereen is het nodig om inwonende en omwonende geesten weg te jagen. Een invloedrijke man, waar het de bevrijdingsbediening betreft, beweerde dat Saulus wel ‘bezeten’ moest zijn. Toch heb ik nooit gelezen dat Ananias naast het gebed om vervulling met de Heilige Geest en het herstel van het gezichtsvermogen om bevrijding van boze geesten bij Paulus heeft gebeden (Handelingen 9). We hebben als christen wel de opdracht gekregen om zelf actief de duivel te weerstaan (Jakobus 4:7) en de wapenrusting van God aan te doen (Efeze 6:12). In het laatste artikel zal ik het gebruik van profetie en ‘opwekking’ bespreken.

Drs. W. Sliedrecht

Voor wie verder wil lezen: Dr. M.J. Paul; Vergeving en genezing & Occulte machten en bevrijding Dr. Kurt E. Koch; Christus oder satan / Between Christ and satan Dr. John F. Macarthur; Charismatic chaos / De charismatische verwarring Ds. Bram Krol; Aangetrokken tot het wonderlijke

noten: 1 Zie hiervoor bijvoorbeeld het boek van Ds. Bram Krol; Aangetrokken tot het wonderlijke; nieuwe ontwikkelingen in charismatische kring.
2 Zie onder andere een dun boekje van Don Gosset; De kracht van het positief belijden van Gods Woord.
3 Onder andere: 2Tim. 4:20, Gal. 4:14, 2Kor. 12:7-9.
4 Zie het lezenswaardige boek van John MacArtur: Charismatic Chaos (hij stoot door zijn soms scherpe toon vaak mensen af, maar de feiten en argumenten die hij noemt snijden wel hout) & zie ook: Joke van Saane; Gebedsgenezing.
5 Handelingen 8