Een aantal jaren geleden zag ik op het internet een filmpje dat indruk op mij maakte. Er was in een Engelse talentenshow een huisvrouw die voor de jury een lied ten gehore wilde brengen. Zij was enigszins merkwaardig gekleed en door haar wat mollige uiterlijk en oubollig kapsel had zij al snel de lachers op haar hand. Het publiek en de jury lachten haar echter niet toe, maar uit. Totdat zij haar mond open- de en het lied inzette dat zij voor die gelegenheid duizenden keren geoefend zal hebben. Spottende glimlachjes veranderden in open monden van verbazing en een enkeling pinkte een traan weg.
Deze vrouw, Susan Boyle (1) , won later dat jaar de tv-show Brittain’s
got talent en heeft inmiddels meerdere cd’s en optredens
op grote podia op haar naam staan. Of ze er gelukkiger
door geworden is, durf ik niet te zeggen, maar het toont wel
aan hoe een mens zich enorm in een ander kan vergissen. Een
mens kan zich ook enorm in ‘de Ander’ vergissen. Op het eerste gezicht is Hij ‘niet om aan te zien’ (Jesaja 53:2-3).
RADICAAL VOOR GOD
Precies zo verging het een fanatieke religieuze leider een
kleine 2000 jaar geleden met de man die hij tot in het diepst
van zijn wezen verachtte en ook van de volgelingen van deze
Jezus moest hij niets hebben. Een bekend verhaal, maar als we
het goed tot ons laten doordringen en wat dit in de actualiteit
voor ons betekent kunnen ook de bekende verhalen tot grote
zegen voor ons worden.
Saulus had absoluut geen hekel aan de God van Israël, de God
van zijn voorvaderen. Nee, daarvan moest hij juist alles heb- ben, daar had hij alles voor over. Voor God ging hij helemaal,
radicaal. Er was geen opdracht en geen wet te groot of klein;
Saulus ging er volledig voor. Maar de beweringen van die man
uit Nazareth en zijn volgelingen waren voor hem te bizar voor
woorden en gingen in tegen alles wat hij van jongs af aan over
God geleerd had. Daarom wilde hij deze nieuwe sekte te vuur
en te zwaard bestrijden. Dat mensen gevangen gezet werden
of dit zelfs niet overleefden, deed hem niets. In naam van God
wilde hij van harte meewerken aan het uitroeien van deze
godsdienstige afwijking. Hij dacht God aan zijn zijde te heb- ben. Dan hoef je je ook niet schuldig te voelen over het leed
dat je andere mensen aandoet.
Is dit niet hoogst actueel? En hoe kun je je vergissen, terwijl je
denkt goed te zitten, aan de goede kant te staan.
GOD BLEEK EEN VREEMDE VOOR HEM
Als er in Jeruzalem kennelijk te weinig christenen meer zijn om
op te sporen en over te leveren om gevangen te zetten, verlegt
hij de grenzen. Op weg naar het Syrische Damascus gebeurt
er echter iets bovennatuurlijks. Een licht feller dan de zon op
een zomerse, heldere dag verblindt hem en terwijl hij op de
grond valt klinkt de stem van God: ‘Saul, Saul, waarom vervolg
je mij?’ (Handelingen 9:4).
Het is Saulus direct duidelijk wie er tegen hem spreekt, maar
toch vraagt hij aan de ‘Kurios’ wie Hij is?
Dan komt de schok, de totale deceptie, dat Degene die hij
met zoveel ijver bestreden had juist van jouw God afkomstig
was, ja zelfs God zelf is! Deze God was hem van jongs af aan
bekend, maar bleek uiteindelijk toch een vreemde voor hem
te zijn. De vervolger is klein gekregen door de Vervolgde en
een diep werk van vasten, gebed en berouw volgt voordat de
Geest van Christus Paulus vervult en de vervolger een volger
van Jezus wordt. Dat schuldgevoel kwam na zo’n ontmoeting
dan ook vanzelf en is hem zijn leven lang in een gezonde vorm
bijgebleven. (2)
Het is niet te bevatten hoe belangrijk Gods Geest Paulus vervolgens heeft gemaakt in de uitbreiding van het koninkrijk van
Christus. Hij stichtte en versterkte vele gemeenten en een groot
deel van ons Nieuwe Testament bestaat uit schrijfsels van de
hand van Paulus. Ook hijzelf heeft verscheidene malen moeten
ondervinden het doelwit van vervolging te worden, omdat hij
nu zelf bij die Jezus hoorde en zich met vernieuwde ijver en bovennatuurlijke kracht voor Hem inzette. Paulus ging eerst achter
Jezus aan als vervolger en nu achter Jezus aan als volger.
JIHADI JOHN
Het verhaal van Paulus biedt ons in deze tijd van toenemende christenvervolging en terreur door organisaties als
bijvoorbeeld Islamitische Staat hoop. Er is hoop voor de
meest fanatieke aanhanger van IS, als God hem in het nek- vel grijpt en Jezus hem te machtig wordt. God is in staat de
hardste harten, nee zelfs dode harten, levend te maken. In
2015 maakte de toen beruchte ‘Jihadi John’ furore. Hij was
het schrikbeeld van de terreur en hij draaide zijn hand er niet
voor om om mensen voor de camera eigenhandig te doden.
Zouden we in die tijd van iemand als hij gehoopt durven heb- ben dat hij ooit Jezus zou vinden? Het alternatief – als dat
niet zou gebeuren – zou voor hem overigens een verschrikkelijk oordeel zijn. Dat is ook gebeurd; hij is met dodelijke precisie
door de Amerikanen uit de weg geruimd. De ontmoeting
met Jezus is voor hem ook gekomen, maar deze pakte helaas
anders uit dan bij Saulus. Ook hij dacht voor zijn god goed
bezig te zijn, kon daardoor gewetenloos van alles ondernemen, maar zat er in werkelijkheid totaal naast. Gode zij dank
komen er af en toe ook uit radicale moslimkringen getuige- nissen van een levensveranderend werk door het ingrijpen
van God zelf. Er zijn zelfs ‘Jihadi John’-types die Jezus leren
kennen! Dit zijn mannen aan wier handen het bloed van
christenen kleeft. Vinden wij dat zulke mensen überhaupt
wel recht hebben op genade?
HET VERLANGEN VAN PAULUS
Zo blijft het verhaal van de bekering van Saulus ook in onze
tijd hoogst actueel. In de gemeenten waar hij later voorging
moeten ook wel eens familieleden of vrienden gezeten heb- ben van christenen die dankzij Saulus gevangen zaten of
zelfs gedood zijn. Het leed dat door hem is aangericht was
enorm. In Christus en met elkaar gelukkige gezinnen werden
uit elkaar getrokken door de godsdienstige ijver van deze
man. Het is niet voor niets dat men in de beginjaren na zijn
bekering regelmatig huiverig was voor Paulus. Was hij wel
echt veranderd?
Paulus zelf wist van de vergeving door het plaatsvervangend werk van de Ander, die voor hem gestorven was. Hij
kon de onverdiende verzoening met God als geen ander in
zijn brieven en preken uitleggen en na aan het hart brengen.
De rest van zijn leven werd hij in beslag genomen door dat
allesbeheersende verlangen ‘Hem te kennen’ (Filippenzen 3)
en hij besteedde de rest van zijn leven om Hem aan anderen
bekend te maken. Mogen er nog velen volgen die ditzelfde
verlangen hebben! En ook met een minder heftig verleden is
het wonder er niet minder groot om!
Eerder verschenen in Zoeklicht 3 van 2017
1 Susan Boyle auditie
2 1 Korintiërs 15:9 ‘ik ben de minste van de apostelen, omdat ik de
gemeente vervolgd heb.’
If my people, which are called by my name, shall humble themselves, and pray, and seek my face, and turn from their wicked ways; then will I hear from heaven, and will forgive their sin, and will heal their land. ......en Mijn volk, waarover Mijn Naam is uitgeroepen, in ootmoed buigt en bidt, en zij Mijn aangezicht zoeken, en zij zich bekeren van hun slechte wegen, dan zal Ík vanuit de hemel horen, hun zonden vergeven en hun land genezen.
dinsdag 27 juni 2017
maandag 18 mei 2015
God bezoekt een eiland; Pinksteren vandaag
De Hebriden opwekking van 1949-1952
bewerkte versie, oorspronkelijke versie is enkele jaren geleden verschenen in 'Het Zoeklicht'
Nu rond Pinksteren wordt ik weer herinnerd aan een boek wat ik indertijd na wat aarzeling toch ter hand nam. Dit boek beschrijft de opwekking die de Hebriden-eilanden - met name het eiland Lewis - van 1949-1952 aandeed.
Al vele jaren had het onderwerp opwekking mijn grote belangstelling. Ik las over de opwekkingen in New England, Canada, Nijkerk, Woudenberg, Wales en nog meer plaatsen. De gespannen verwachtingen, de gebeden en beloften ten spijt; ondanks een persoonlijke geloofsverdieping heb ik 'opwekking' als fenomeen nooit mogen meemaken, Dit leidde bij mij tot een ‘opwekkingsmoeheid’ en misschien ook wel een stukje ongeloof dat dit in onze dagen nog mogelijk was.
Jaren geleden leerde ik, tijdens een spreekbeurt in Rotterdam, dr. Colin Peckham kennen. Ik sprak met hem en had wat e-mailcontact. Hij had een website over opwekking (1) en heeft het boek Sounds from Heaven (2) geschreven, dat handelt over de opwekking op het eiland Lewis. Zijn vrouw, Mary, was tijdens deze opwekking tot geloof gekomen en in zijn boek wordt een schets gegeven over het historische beloop.
Toen broeder Peckham een aantal jaar geleden overleed was dit voor mij de aanleiding om zijn boek te bestellen en toch ook te gaan lezen. Van begin tot eind raakte en bleef ik geboeid lezen en een vuurtje werd weer ontstoken. Hopelijk verwarmt het ook u.
Opwekking gaat in de eerst plaats om God Zelf. Het is Zijn glorietijd en opwekking is de heraut van de komst van Zijn Koninkrijk dat aanstaande is. In opwekkingstijden gaan meer mensen dan gebruikelijk over van het koninkrijk van de duisternis naar dat Koninkrijk van Licht. God lijkt zichtbaarder, tastbaarder aanwezig in een kerkelijke gemeente of zelfs streek. Deze Aanwezigheid beheerst de gedachten, gesprekken en het handelen van de mensen in die plaats. Gods Geest overtuigt mensen van zonde, gerechtigheid en oordeel, maar wijst bovenal op Jezus Christus als de uitweg.
Op de Hebriden waren meerdere mensen in gebed voor een hernieuwde bezoeking door Gods Geest. Hernieuwd, want de eilandengroep kende zelfs in de recentere geschiedenis al meerdere opwekkingen. Met name een tweetal oudere vrouwen waren in gebed en wisten vanuit de verborgen omgang met God dat een nieuwe opwekking aanstaande was.
Een predikant, Duncan Campbell, werd uitgenodigd om diensten te komen leiden, maar weigerde eerst te komen. Hij was bezig met een conferentie in Schotland. Eén van de oude vrouwen wist en geloofde dat hij toch zou komen. Bij Duncan Campbell was er vervolgens de innerlijke overtuiging dat hij toch voor een korte reis naar het plaatsje Barvas moest, hij onderbrak zijn bijdrage op de conferentie en hij ging. Zijn verblijf duurde vervolgens langer dan hij zich oorspronkelijk had voorgenomen.
Na enige tijd begon de opwekking en werden mensen door de prediking overtuigd van zonde; een toestand die in sommige gevallen dagen of zelfs weken duurde voordat het licht van vergeving en verzoening doorbrak. De Calvinistische bevolking was, ondanks ontbreken van een waar geloof, wel altijd serieus met godsdienstoefening bezig, maar ondanks dat leefden velen tegelijkertijd in zonde en had de jeugd een dubbele moraal. Vanuit het plaatsje Barvas verspreidde de opwekking zich naar meerdere plaatsen, maar ook begon er onafhankelijk hiervan, maar door dezelfde Geest, in andere plaatsen verandering te komen.
Duncan Campbell, die betrokken was bij de zogenaamde ‘Faith Mission’, kende en respecteerde de kerkelijke achtergrond van de mensen. Ook hijzelf wilde er zeker van zijn dat het God was die een mens wederomgeboren deed worden en vermeed ‘beslissingen’ en een appel op emoties. Zodoende kon Gods Geest een diep werk doen en was het Gods Geest Zelf die in mensen getuigde dat ze nu een kind van God waren geworden. Wat vanuit de mensen werd gedaan, was het zoeken van God in Woord, gebed, diensten, maar ook samenkomsten in huizen. Na afloop van de dienst konden mensen in een aangrenzende ruimte samenkomen voor nog wat persoonlijke aanwijzingen vanuit Gods Woord en gebed. In het genoemde boek staan meerdere ontroerende getuigenissen beschreven van jongeren en ouderen die vroeger of later toch in het doorbreken van Gods Licht en het zien op de Zaligmaker troost en vrede ervoeren.
Van Duncan Campbell zijn via de website www.sermonindex.net preken en getuigenissen over de opwekking te beluisteren. Deze broeder verhaalt hoe hij tijdens de Eerste Wereldoorlog op het slagveld een geloofsverdiepende ervaring had, die hem ertoe bracht om in de kracht van Gods Geest, met vrucht het Evangelie te brengen. In de jaren ’20 beleefde hij een geestelijke opwekking in zijn gemeente, maar in de vele jaren erna ontbrak deze Goddelijke zalving op zijn bediening en leven en hij beschrijft deze tijd als een ‘barren wilderness’. Hij viel ten prooi aan allerlei modernistische ideeën en God was een begrip, maar geen Leven meer voor hem. Een confronterende vraag van zijn jonge dochtertje (“Pappa, u had vroeger opwekking, waarom nu niet meer?”) brak hem. Hij stopte met al zijn dode geestelijke activiteit en bad totdat God hem opnieuw vervulde met Zijn Geest en een nieuwe periode in zijn bediening aanbrak.
Volgens zijn getuigenis ging deze vervulling met Gods Geest niet gepaard met spreken in tongen en kwam dit in de opwekking te Lewis ook niet voor. Wel worden in de getuigenissen meerdere bovennatuurlijke verschijnselen genoemd, zoals de plotselinge overtuiging van zonde bij mensen (ook buiten de diensten om), de gebedslast, het ervaren van Gods Aanwezigheid, het zien van een bovennatuurlijk schijnsel of Licht en het horen van hemels gezang. In een eerdere opwekking in de jaren ’30 waren er ook veel lichamelijke manifestaties, in de opwekking van 1949-1952 kwam dit minder voor en werd dit ook niet gezocht. Toch kwam het onder de zware overtuiging van zonde en Gods Aanwezigheid voor dat mensen niet konden blijven staan. Ook waren enkelen op zulke diepe wijze in gebed en worsteling voor Gods troon, dat ze in een toestand van trance raakten en daar soms ook visioenen, overtuigingen en indrukken verkregen. Juist op dit gebied dienen we voorzichtig te zijn en niet de fout maken om deze verschijnselen bij voorbaat af te wijzen, maar anderzijds moet men er ook niet mee aan de haal te gaan en in het verlengde ervan hiermee de verschijnselen van lachen, rollen, blaffen en vallen verdedigen.
In de Bijbel (3) zien we in de ontmoeting met God dat mensen niet meer kunnen blijven staan, of (lichamelijk) van slag zijn (inwijding tempel, Jesaja, Ezechiël), of in een toestand van extase een visioen krijgen (Petrus). Wat we wel zien in de opwekking van Lewis en in ons land in de opwekking te Nijkerk (1749), is dat lichamelijke manifestaties niet aangemoedigd werden en dat mensen voor wie het allemaal even te veel werd, beter uit de diensten verwijderd konden worden (zonder dat dit van invloed was op het al dan niet doorgaan van Gods werk). Hysterie werd niet gezocht, gewaardeerd en getolereerd.
Duncan Campbell verhaalt ook van confrontaties met de macht der duisternis. Tijdens een dienst ervoer hij totaal gebonden te zijn en had geen vrijheid om te kunnen preken. Achterin de ruimte waren een aantal mannen binnengekomen, waarvan hun gezichten, volgens Campbell, de tekenen vertoonden van bezetenheid. Zij waren gekomen om de dienst te verstoren. Duncan Campbell ervoer toen dat hij een jonge broeder moest vragen om te bidden en na een intensieve tijd van gebed kwam de doorbraak en werden meerdere mensen, waaronder de genoemde mannen, overtuigd van zonde en gered! De duivel werd weerstaan en moest plaatsmaken voor Gods Geest.
In een drukke, geseculariseerde maatschappij en kerk zoals wij die nu vaak kennen, komt de intensiteit en vorm van het geloofsleven op de Hebriden van toen misschien wat bevreemdend over. In die jaren was God niet het bijvoeglijk naamwoord, maar Het Onderwerp van het leven. Als kenmerken van de opwekking zou ik het volgende noemen: Gods Woord in kracht gebracht, intensief en aanhoudend gebed, eenvoudig en rein leven. De Bijbelse noties van Gods heiligheid, schuld, zonde en Gods onverdiende liefde en de noodzakelijke verzoening door Jezus’ bloed werden weer levende begrippen. Zouden we hiervan niet meer ervaren als we meer tijd voor de omgang met de Allerhoogste zouden vrijmaken?
drs. Wilco Sliedrecht
1 www.revivals.org.
2 Sounds from Heaven, Colin & Mary Packham o.a. te bestellen via www.bookdepository.com.
3 2 Kronieken 5:14, Ezechiël 3:15, Jesaja 6:5, Handelingen 10:10
Op weg met God
‘U bent met al mijn wegen vertrouwd’ (Psalm 139:3, HSV)
eerder geplaatst in Het Zoeklicht (2014) en een samenvatting op CIP.nl: artikel vakantie Zoeklicht CIP
Eens per jaar is er sprake van een ongekende volksverhuizing, die zijns gelijke in de wereldgeschiedenis waarschijnlijk niet kent. Volksstammen pakken hun biezen en geven vrijwillig hun luxe en comfort op om meestal op minimaal een iets minder comfortabele wijze als gebruikelijk op een andere locatie dan hun vaste standplaats een aantal weken te bivakkeren.
De normaliter toch wel vrij ruime auto blijkt opeens te klein als een gedeelte van de inboedel naar een andere plek dan de vaste woon- en verblijfplaats moet worden verhuisd. De vraag komt op waarom de koffers en tassen niet groter gemaakt worden dan de gebruikelijke standaardmaten om de gewenste inhoud er in kwijt te kunnen. Vervolgens rijst de vraag op waarom de auto niet groter gemaakt is dan de gebruikelijke standaardmaten om die uitpuilende koffers en tassen kwijt te kunnen.
Gaat de Senseo ook mee?
Er aan voorafgaand is al dan niet aan de hand van lijstjes geturfd of alles wat mee moet ook wel daadwerkelijk is meegegaan. Iedere vakantieganger heeft zo ook nog eens zijn of haar eigen wensenlijstje. Berucht zijn de avonturiers die vol goede moed een grote stapel boeken meenemen ‘om ze eens een keer uit te kunnen lezen’. Naast dat dit voornemen zelden werkelijkheid wordt, wordt hierdoor ook nog eens veel bagageruimte opgeslokt. Ook allerlei andere luxezaken en speeltjes worden soms van A naar B meegesleept om toch enigszins aan het normale huiselijk comfort tijdens het verblijf elders vast te kunnen houden. Het is soms een levensgroot dilemma of je het Senseo-koffieapparaat nu wel of niet een aantal weken kunt missen en of ‘de Wii’1 nu wel of niet mee moet. Vervolgens persen de nomaden zich tussen de inboedel, zetelen zich op hun veel te krappe zitplaatsen en zit de chauffeur met de knieën pal op het stuurwiel en dan kan eindelijk de jaarlijkse volksverhuizing beginnen. Afhankelijk van het wensenpakket voor de verblijfsbestemming wordt in één tot meerdere uren het geduld en de liefde tot gezinsgenoten danig beproefd.
Vakantiestress en andere ongemakken
Bovenstaand is de meest gangbare handelswijze beschreven, maar er zijn ook in toenemende mate mensen uit de ‘jet set’ die met een vliegtuig hun favoriete vakantiebestemming bereiken. De ontdekkingsreizen van een Marco Polo zijn immers al van te lang geleden! Daarnaast zijn er ook nog velen die een wandel- , fiets- of motorvakantie boven het reizen in een afgesloten cabine verkiezen. ‘Dichter bij de natuur’, is vaak hun motto. Echter, de bagagedilemma’s blijven vaak wel dezelfde. De massale vakantie-uittochten en de tendens tot het aangaan van steeds verdere en duurdere reizen kunnen we wel tot de typisch westerse volkstradities rekenen. Vakantie is tegenwoordig niet meer een tijdelijke onderbreking van de werkzaamheden, maar het werk wordt steeds vaker gezien als een hinderlijke onderbreking van de vakantieperiode. De tendens is: vaker, langer, verder, duurder en luxer. Nu zal ik de laatste zijn om te ontkennen dat in onze hectische tijd vakantie als welkome en gezonde onderbreking van het dagelijkse ‘normale’ leven heilzaam kan zijn, maar anderzijds zijn begrippen als ‘vakantiestress’ en ‘zwarte zaterdag’ toch wel enigszins zot, als je er wat langer bij stil staat.
Bijbelse vakantie?
Het volk Israël vertrok ooit uit de hedendaags populaire vakantiebestemming Egypte en reisde vervolgens vele jaren. Het volk verbleef in de woestijn in tenten. Voor zo’n verblijft betaal je tegenwoordig veel geld. De reizen van Paulus zijn bijna spreekwoordelijk, alhoewel de hedendaagse Middellandse Zee-cruises wel wat comfortabeler en veiliger verlopen. Hoewel ‘reizen’ als begrip in de Bijbel dus veelvuldig voorkomt, zul je er het concept ‘vakantie’ zoals wij dat hanteren er niet in tegenkomen. Nu hoeft een Bijbels stilzwijgen niet gelijk te staan met ‘een verbod op’ of aan zonde, maar wellicht geeft deze constatering u wel even voor een (kort) moment stof tot nadenken. Sowieso lijkt het me dat de levensstijl ten tijde van de Bijbelse geschiedenis – behoudens de zaken als oorlogen en hongersnoden – in rustige tijden wel wat ongecompliceerder was dan die in onze huidige, jachtige tijd vol met prikkels en straling. De strenge Sabbatshandhaving stond er garant voor dat men aan de rust, godsdienstoefening en het gezin wel toekwam. Vaak gebruikte men de eigen benen als vervoermiddel en bracht men dagelijks meer tijd in de buitenlucht door dan een gemiddeld schoolkind nu in een week tijd. De westerse mens heeft daarom misschien wel harder dan toen vakantie nodig en zou deze luxe uitgangspositie optimaal kunnen en moeten gebruiken. Leven in de huidige tijd vraagt met name mentaal veel van ons.
Geloof in de kofferbak
De vakantietijd is bij uitstek geschikt om de gezinsbanden weer wat hechter aan te halen, te genieten van Gods schepping en ook om tijd te nemen voor contact met de Schepper. Hiervoor zouden echter wel bewuste keuzes gemaakt moeten worden. Deze kunnen gemaakt worden omtrent het nemen van voldoende tijd van voorbereiding op vakantie en voor het inpakken, de vakantiebestemming, de hoeveelheid geld die je op een gewetensvolle wijze al dan niet kunt spenderen en over de dingen die je al dan niet mee wilt nemen. Qua voorbereidingstijd en de reis zelf is het vaak zo dat er gedragsmatig door tijdsgebrek en te gehaast zijn op zijn zachtst gezegd ‘de vrucht van de Geest’ (zoals geduld en vriendelijkheid! - Galaten 5:22) vaak niet op de voorgrond staat. Je geloof verdwijnt in een vakantieperiode toch niet ook in de kofferbak? Vaak kan het simpelweg al behulpzaam zijn om niet direct op de dag van of vlak na de laatste werkdag het vertrek te plannen. Daarnaast zou er zo’n meerwaarde zijn als christenen daadwerkelijk dagelijks met God zouden leven en trouw zouden zijn in hun gebeds- en Bijbeltijd, maar ook als de gezinsgodsdienst weer een goed en vanzelfsprekend gebruik zou worden. In de vakantietijd wordt dit dan uiteraard gewoon doorgezet, want God gaat – met eerbied gesproken – echt niet op vakantie als wij dat gaan. Nee, Hij wil met ons mee tijdens onze vakantietijd en de voorbereiding daar op.
Reisgezel en Reisbestemming
Dat beseffende zouden wellicht heel andere keuzes worden gemaakt. Bij de stapel boeken hoort dan in ieder geval ook de Bijbel. Daarnaast is het goed om een plan te hebben voor de zondag. Is dit een vakantiedag als alle andere, of wordt er bewust nog extra ruimte gezocht om een dienst te bezoeken of te beluisteren of deze in kleine kring zelf te beleggen. Als God niet mee mag op vakantie, of de vakantie wordt aangewend voor een godsdienstige pauze, dan speelt er een dieper probleem. Het leven met God is een voorrecht. Zo klonk het indertijd bij het reisgezelschap Israël: ‘Daarom zult u de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw kracht’ (Deuteronomium 6:5, HSV). Deze God reisde ooit naar de aarde af en kwam in de gedaante van een mens om uw en mijn zonde weg te dragen en wil uw Reisgezel en uiteindelijke Reisbestemming zijn. Misschien vindt u in de komende vakantieperiode een momentje de tijd om daar eens extra bij stil te staan? Uw verwondering met een ander delen is vervolgens ook toegestaan. Dat zal uw vakantie eeuwigheidswaarde geven.
Wilco Sliedrecht
1 Voor de digibeten wat uitleg over de Wii, een spelcomputer: http://nl.wikipedia.org/wiki/Wii
eerder geplaatst in Het Zoeklicht (2014) en een samenvatting op CIP.nl: artikel vakantie Zoeklicht CIP
Eens per jaar is er sprake van een ongekende volksverhuizing, die zijns gelijke in de wereldgeschiedenis waarschijnlijk niet kent. Volksstammen pakken hun biezen en geven vrijwillig hun luxe en comfort op om meestal op minimaal een iets minder comfortabele wijze als gebruikelijk op een andere locatie dan hun vaste standplaats een aantal weken te bivakkeren.
De normaliter toch wel vrij ruime auto blijkt opeens te klein als een gedeelte van de inboedel naar een andere plek dan de vaste woon- en verblijfplaats moet worden verhuisd. De vraag komt op waarom de koffers en tassen niet groter gemaakt worden dan de gebruikelijke standaardmaten om de gewenste inhoud er in kwijt te kunnen. Vervolgens rijst de vraag op waarom de auto niet groter gemaakt is dan de gebruikelijke standaardmaten om die uitpuilende koffers en tassen kwijt te kunnen.
Gaat de Senseo ook mee?
Er aan voorafgaand is al dan niet aan de hand van lijstjes geturfd of alles wat mee moet ook wel daadwerkelijk is meegegaan. Iedere vakantieganger heeft zo ook nog eens zijn of haar eigen wensenlijstje. Berucht zijn de avonturiers die vol goede moed een grote stapel boeken meenemen ‘om ze eens een keer uit te kunnen lezen’. Naast dat dit voornemen zelden werkelijkheid wordt, wordt hierdoor ook nog eens veel bagageruimte opgeslokt. Ook allerlei andere luxezaken en speeltjes worden soms van A naar B meegesleept om toch enigszins aan het normale huiselijk comfort tijdens het verblijf elders vast te kunnen houden. Het is soms een levensgroot dilemma of je het Senseo-koffieapparaat nu wel of niet een aantal weken kunt missen en of ‘de Wii’1 nu wel of niet mee moet. Vervolgens persen de nomaden zich tussen de inboedel, zetelen zich op hun veel te krappe zitplaatsen en zit de chauffeur met de knieën pal op het stuurwiel en dan kan eindelijk de jaarlijkse volksverhuizing beginnen. Afhankelijk van het wensenpakket voor de verblijfsbestemming wordt in één tot meerdere uren het geduld en de liefde tot gezinsgenoten danig beproefd.
Vakantiestress en andere ongemakken
Bovenstaand is de meest gangbare handelswijze beschreven, maar er zijn ook in toenemende mate mensen uit de ‘jet set’ die met een vliegtuig hun favoriete vakantiebestemming bereiken. De ontdekkingsreizen van een Marco Polo zijn immers al van te lang geleden! Daarnaast zijn er ook nog velen die een wandel- , fiets- of motorvakantie boven het reizen in een afgesloten cabine verkiezen. ‘Dichter bij de natuur’, is vaak hun motto. Echter, de bagagedilemma’s blijven vaak wel dezelfde. De massale vakantie-uittochten en de tendens tot het aangaan van steeds verdere en duurdere reizen kunnen we wel tot de typisch westerse volkstradities rekenen. Vakantie is tegenwoordig niet meer een tijdelijke onderbreking van de werkzaamheden, maar het werk wordt steeds vaker gezien als een hinderlijke onderbreking van de vakantieperiode. De tendens is: vaker, langer, verder, duurder en luxer. Nu zal ik de laatste zijn om te ontkennen dat in onze hectische tijd vakantie als welkome en gezonde onderbreking van het dagelijkse ‘normale’ leven heilzaam kan zijn, maar anderzijds zijn begrippen als ‘vakantiestress’ en ‘zwarte zaterdag’ toch wel enigszins zot, als je er wat langer bij stil staat.
Bijbelse vakantie?
Het volk Israël vertrok ooit uit de hedendaags populaire vakantiebestemming Egypte en reisde vervolgens vele jaren. Het volk verbleef in de woestijn in tenten. Voor zo’n verblijft betaal je tegenwoordig veel geld. De reizen van Paulus zijn bijna spreekwoordelijk, alhoewel de hedendaagse Middellandse Zee-cruises wel wat comfortabeler en veiliger verlopen. Hoewel ‘reizen’ als begrip in de Bijbel dus veelvuldig voorkomt, zul je er het concept ‘vakantie’ zoals wij dat hanteren er niet in tegenkomen. Nu hoeft een Bijbels stilzwijgen niet gelijk te staan met ‘een verbod op’ of aan zonde, maar wellicht geeft deze constatering u wel even voor een (kort) moment stof tot nadenken. Sowieso lijkt het me dat de levensstijl ten tijde van de Bijbelse geschiedenis – behoudens de zaken als oorlogen en hongersnoden – in rustige tijden wel wat ongecompliceerder was dan die in onze huidige, jachtige tijd vol met prikkels en straling. De strenge Sabbatshandhaving stond er garant voor dat men aan de rust, godsdienstoefening en het gezin wel toekwam. Vaak gebruikte men de eigen benen als vervoermiddel en bracht men dagelijks meer tijd in de buitenlucht door dan een gemiddeld schoolkind nu in een week tijd. De westerse mens heeft daarom misschien wel harder dan toen vakantie nodig en zou deze luxe uitgangspositie optimaal kunnen en moeten gebruiken. Leven in de huidige tijd vraagt met name mentaal veel van ons.
Geloof in de kofferbak
De vakantietijd is bij uitstek geschikt om de gezinsbanden weer wat hechter aan te halen, te genieten van Gods schepping en ook om tijd te nemen voor contact met de Schepper. Hiervoor zouden echter wel bewuste keuzes gemaakt moeten worden. Deze kunnen gemaakt worden omtrent het nemen van voldoende tijd van voorbereiding op vakantie en voor het inpakken, de vakantiebestemming, de hoeveelheid geld die je op een gewetensvolle wijze al dan niet kunt spenderen en over de dingen die je al dan niet mee wilt nemen. Qua voorbereidingstijd en de reis zelf is het vaak zo dat er gedragsmatig door tijdsgebrek en te gehaast zijn op zijn zachtst gezegd ‘de vrucht van de Geest’ (zoals geduld en vriendelijkheid! - Galaten 5:22) vaak niet op de voorgrond staat. Je geloof verdwijnt in een vakantieperiode toch niet ook in de kofferbak? Vaak kan het simpelweg al behulpzaam zijn om niet direct op de dag van of vlak na de laatste werkdag het vertrek te plannen. Daarnaast zou er zo’n meerwaarde zijn als christenen daadwerkelijk dagelijks met God zouden leven en trouw zouden zijn in hun gebeds- en Bijbeltijd, maar ook als de gezinsgodsdienst weer een goed en vanzelfsprekend gebruik zou worden. In de vakantietijd wordt dit dan uiteraard gewoon doorgezet, want God gaat – met eerbied gesproken – echt niet op vakantie als wij dat gaan. Nee, Hij wil met ons mee tijdens onze vakantietijd en de voorbereiding daar op.
Reisgezel en Reisbestemming
Dat beseffende zouden wellicht heel andere keuzes worden gemaakt. Bij de stapel boeken hoort dan in ieder geval ook de Bijbel. Daarnaast is het goed om een plan te hebben voor de zondag. Is dit een vakantiedag als alle andere, of wordt er bewust nog extra ruimte gezocht om een dienst te bezoeken of te beluisteren of deze in kleine kring zelf te beleggen. Als God niet mee mag op vakantie, of de vakantie wordt aangewend voor een godsdienstige pauze, dan speelt er een dieper probleem. Het leven met God is een voorrecht. Zo klonk het indertijd bij het reisgezelschap Israël: ‘Daarom zult u de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw kracht’ (Deuteronomium 6:5, HSV). Deze God reisde ooit naar de aarde af en kwam in de gedaante van een mens om uw en mijn zonde weg te dragen en wil uw Reisgezel en uiteindelijke Reisbestemming zijn. Misschien vindt u in de komende vakantieperiode een momentje de tijd om daar eens extra bij stil te staan? Uw verwondering met een ander delen is vervolgens ook toegestaan. Dat zal uw vakantie eeuwigheidswaarde geven.
Wilco Sliedrecht
1 Voor de digibeten wat uitleg over de Wii, een spelcomputer: http://nl.wikipedia.org/wiki/Wii
woensdag 11 september 2013
"Christen" en toch verloren ?!
Kan dat geloof hem zalig maken?
Sola Gratia! Door genade alleen behouden! Dat was en is een belangrijke geloofsuitroep. Door mijn goede werken kan ik de zaligheid nooit verdienen. Toch horen die werken er wel helemaal bij; niet als voorwaarde, maar als bewijs dat het echt bij je is. Juist op dit gebied gaat er bij veel christenen toch echt iets fout. Uit de dingen die je doet en laat, blijkt de waarde van je geloof. Als een broeder of zuster gebrek lijdt en het doet je niets, zit er toch echt iets fout. Nog schrijnender wordt het wanneer onder de oppervlakte van een schijnbaar christelijk leven de zonde welig tiert. Mogen onderstaande woorden voor wie het betreft tot ‘Goddelijke droefheid’ leiden. Ook ik wil –naar het voorbeeld van Paulus- mijzelf en mijn intenties beproeven.
Ik wil het met u hebben over mensen die tot de kerk of een gemeente behoren, en vaak zondags trouw de diensten bezoeken. Het kan ook gaan over jongeren die helemaal opgaan in ‘de worship’ en met hun handen in de lucht God aanbidden. Er zijn mensen die uitwendig met alles mee doen en er zijn zelfs voorgangers bij wie zo op het oog alles lijkt te kloppen, maar ondertussen….. zij en soms een betrokken ander weten eigenlijk wel beter. Kortom, je vindt ze in allerlei soorten gemeenten en al die mensen geloven onterecht in ‘vrede, vrede, geen gevaar’…. Vanaf het Oude tot het Nieuwe Testament en door de hele kerkgeschiedenis heen: je hebt altijd meelopers, mensen die uiterlijk aan alles mee doen; maar het zit uiteindelijk toch niet goed bij hen. Lijkt het uiterlijk heel wat te zijn; zou je een laagje dieper gaan en kunnen kijken in het hart: je zou schrikken. Soms komt er van die eigenlijke identiteit als je goed oplet iets naar boven en verraad het onveranderde leven zich. Je kunt het zien aan wat ze leuk vinden op ‘Facebook’ of de films die ze kijken. In een gesprek merk je soms al dat bij een mond die Jezus belijdt, niet altijd een hart hoort dat echt in Hem gelooft. En toch voelen ze zich christen en ze zouden boos worden als je hen zou vertellen dat ze eigenlijk niet echt bij Jezus behoren. Ze zouden je zeggen dat je niet mag oordelen, dat je hun hart niet kent en mogelijk dat ze al lang geleden voor Hem gekozen hebben. Ze zouden je misschien wijzen op hun trouwe kerkbezoek, op het ‘zondaarsgebed’ dat ze ooit gebeden hebben en ze weten je te vertellen dat God liefde en genade is. Ze weten je te vertellen dat God onvoorwaardelijk van hen houdt, dat het wel een tijdje gekost heeft voordat ze dat durfden geloven en ze vertellen je misschien dat je als aanklager het werk van de duivel doet.
Toch zijn er massa’s mensen, die allemaal goede en ware dingen geloven, maar niet gered zijn. De apostel Jakobus stelt het in zijn brief namelijk heel duidelijk : zonder werken geen echt geloof; dan bedrieg je jezelf. Paulus schrijft het aan Timotheus : “als je God kent, is het kenmerk dat je je verre houdt van ongerechtigheid”. Denk ook aan de woorden van Jezus zelf : “Ga weg van mij, u die de wetteloosheid werkt”. Let wel: het betreft hier mensen die actief waren met ‘bevrijdingen’ en ‘profetie’. Het zijn kennelijk niet deze felbegeerde ‘vruchten’ waardoor echt van onecht onderscheiden kan worden! Juist in de eindtijd, waar het voor de ware christenen zwaar zal worden, zullen er mensen zijn bij wie het heel wat lijkt. Ze hebben een schijn van Godsvrucht, maar verloochenen de kracht hiervan . Het gaat hierbij niet om de kracht waardoor bijzondere ‘tekenen en wonderen’ gedaan kunnen worden; dat is in tegenspraak met de eerder aangehaalde waarschuwing van de Heiland zelf (Matth. 5). Sterker nog: we hebben de laatste jaren verschillende ‘gezalfde’ leiders gezien die allerlei bijzondere wonderen claimden, maar ondertussen waren ze op seksueel gebied met zaken bezig die zonder hun bekering tot hun verdoemenis zal leiden . Nee, het gaat om het overwinnen van een zondige levensstijl en het tonen van Geestesvrucht!
“Wat een veroordelend houding!”, klinkt het dan vaak…. Nou, het klopt dat je geen ongegrond oordeel over anderen moet geven. Wie kan de diepste motieven van de ander peilen? Zeker waar het om ‘grijs gebied’- gedrag gaat , past ons bescheidenheid en voorzichtigheid. Echter: bij vele zaken gaat het om feiten die vanuit de Schrift, zonder omhaal van woorden, veroordeeld worden. Laat je in zo’n geval toch niet monddood maken, anders zal je geweten en dat van anderen dichtgeschroeid worden. Ik besef dat het gevoelig kan liggen, maar hoe wordt in de kerk met overspel, echtscheiding of een nieuwe relatie erna omgegaan? Hebt u zich weleens verdiept in wat God daarover te zeggen heeft? Is ‘zwart werken’ bijvoorbeeld dan geen diefstal? Hoe zit het met die vrouw die landelijke bekendheid geniet? Ze breekt verschillende van Gods geboden, maar doet zich voor als een oprecht christen en zegt mooie dingen over ‘haar relatie met Jezus’. Wanneer een belijdenis niet klopt met het leven zou er een rode lamp moeten gaan branden! Hoe kunnen christenen dingen in hun leven toelaten en vergoelijken waarvan de oneindig goede en heilig God walgt en genieten van dingen die God haat? Kun je gerust slapen met zaken in je leven, die je blijkens het Bijbels getuigenis uit de hemel zullen houden?
We hebben het hier over essentiële zaken; het is geen spelletje! Het kernprobleem? Als het leven niet klopt, dan klopt het hart niet. Dat laatste moet veranderen. Je MOET opnieuw geboren worden! Dan krijg je een hart dat gaat liefhebben wat Hij liefheeft omdat je Hem van harte lief hebt. De echte christen is niet zondeloos, maar heeft wel een hart dat de zonde ten diepste niet wil en zal door de Geest geleid doen wat Hij zegt! Dit is het ‘nieuwe verbond’. Dan volgen die werken echt wel! Herkent u zich daarin? Dank dan God, want dat is ‘sola gratia’.
Wilco Sliedrecht
Eerder geplaatst in ‘het Zoeklicht’ nr. 16 van 2013 www.zoeklicht.nl
Verwijzingen/aangehaalde Bijbelteksten:
- Jakobus 2:14b
- 2 Kor. 7:10 “Want de droefheid die overeenkomstig de wil van God is, brengt een onberouwelijke bekering tot zaligheid teweeg, maar de droefheid van de wereld brengt de dood teweeg. “
- 1 Kor 9:27 - Jer. 6:14 - Jak. 2:14-26 - 2 Tim. 2:19 - Matth. 5:15-22 - 2 Tim. 3:5
- Zie bijv. Ef. 5:5
- 1 Kor.6:10, Openb. 21: 8 - Joh. 3:7
- Hebr. 10: 16, 17: “Dit is het verbond, dat Ik met hen na die dagen zal sluiten, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun hart geven en Ik zal die in hun verstand schrijven, en aan hun zonden en hun wetteloze daden zal Ik beslist niet meer denken. “
Sola Gratia! Door genade alleen behouden! Dat was en is een belangrijke geloofsuitroep. Door mijn goede werken kan ik de zaligheid nooit verdienen. Toch horen die werken er wel helemaal bij; niet als voorwaarde, maar als bewijs dat het echt bij je is. Juist op dit gebied gaat er bij veel christenen toch echt iets fout. Uit de dingen die je doet en laat, blijkt de waarde van je geloof. Als een broeder of zuster gebrek lijdt en het doet je niets, zit er toch echt iets fout. Nog schrijnender wordt het wanneer onder de oppervlakte van een schijnbaar christelijk leven de zonde welig tiert. Mogen onderstaande woorden voor wie het betreft tot ‘Goddelijke droefheid’ leiden. Ook ik wil –naar het voorbeeld van Paulus- mijzelf en mijn intenties beproeven.
Ik wil het met u hebben over mensen die tot de kerk of een gemeente behoren, en vaak zondags trouw de diensten bezoeken. Het kan ook gaan over jongeren die helemaal opgaan in ‘de worship’ en met hun handen in de lucht God aanbidden. Er zijn mensen die uitwendig met alles mee doen en er zijn zelfs voorgangers bij wie zo op het oog alles lijkt te kloppen, maar ondertussen….. zij en soms een betrokken ander weten eigenlijk wel beter. Kortom, je vindt ze in allerlei soorten gemeenten en al die mensen geloven onterecht in ‘vrede, vrede, geen gevaar’…. Vanaf het Oude tot het Nieuwe Testament en door de hele kerkgeschiedenis heen: je hebt altijd meelopers, mensen die uiterlijk aan alles mee doen; maar het zit uiteindelijk toch niet goed bij hen. Lijkt het uiterlijk heel wat te zijn; zou je een laagje dieper gaan en kunnen kijken in het hart: je zou schrikken. Soms komt er van die eigenlijke identiteit als je goed oplet iets naar boven en verraad het onveranderde leven zich. Je kunt het zien aan wat ze leuk vinden op ‘Facebook’ of de films die ze kijken. In een gesprek merk je soms al dat bij een mond die Jezus belijdt, niet altijd een hart hoort dat echt in Hem gelooft. En toch voelen ze zich christen en ze zouden boos worden als je hen zou vertellen dat ze eigenlijk niet echt bij Jezus behoren. Ze zouden je zeggen dat je niet mag oordelen, dat je hun hart niet kent en mogelijk dat ze al lang geleden voor Hem gekozen hebben. Ze zouden je misschien wijzen op hun trouwe kerkbezoek, op het ‘zondaarsgebed’ dat ze ooit gebeden hebben en ze weten je te vertellen dat God liefde en genade is. Ze weten je te vertellen dat God onvoorwaardelijk van hen houdt, dat het wel een tijdje gekost heeft voordat ze dat durfden geloven en ze vertellen je misschien dat je als aanklager het werk van de duivel doet.
Toch zijn er massa’s mensen, die allemaal goede en ware dingen geloven, maar niet gered zijn. De apostel Jakobus stelt het in zijn brief namelijk heel duidelijk : zonder werken geen echt geloof; dan bedrieg je jezelf. Paulus schrijft het aan Timotheus : “als je God kent, is het kenmerk dat je je verre houdt van ongerechtigheid”. Denk ook aan de woorden van Jezus zelf : “Ga weg van mij, u die de wetteloosheid werkt”. Let wel: het betreft hier mensen die actief waren met ‘bevrijdingen’ en ‘profetie’. Het zijn kennelijk niet deze felbegeerde ‘vruchten’ waardoor echt van onecht onderscheiden kan worden! Juist in de eindtijd, waar het voor de ware christenen zwaar zal worden, zullen er mensen zijn bij wie het heel wat lijkt. Ze hebben een schijn van Godsvrucht, maar verloochenen de kracht hiervan . Het gaat hierbij niet om de kracht waardoor bijzondere ‘tekenen en wonderen’ gedaan kunnen worden; dat is in tegenspraak met de eerder aangehaalde waarschuwing van de Heiland zelf (Matth. 5). Sterker nog: we hebben de laatste jaren verschillende ‘gezalfde’ leiders gezien die allerlei bijzondere wonderen claimden, maar ondertussen waren ze op seksueel gebied met zaken bezig die zonder hun bekering tot hun verdoemenis zal leiden . Nee, het gaat om het overwinnen van een zondige levensstijl en het tonen van Geestesvrucht!
“Wat een veroordelend houding!”, klinkt het dan vaak…. Nou, het klopt dat je geen ongegrond oordeel over anderen moet geven. Wie kan de diepste motieven van de ander peilen? Zeker waar het om ‘grijs gebied’- gedrag gaat , past ons bescheidenheid en voorzichtigheid. Echter: bij vele zaken gaat het om feiten die vanuit de Schrift, zonder omhaal van woorden, veroordeeld worden. Laat je in zo’n geval toch niet monddood maken, anders zal je geweten en dat van anderen dichtgeschroeid worden. Ik besef dat het gevoelig kan liggen, maar hoe wordt in de kerk met overspel, echtscheiding of een nieuwe relatie erna omgegaan? Hebt u zich weleens verdiept in wat God daarover te zeggen heeft? Is ‘zwart werken’ bijvoorbeeld dan geen diefstal? Hoe zit het met die vrouw die landelijke bekendheid geniet? Ze breekt verschillende van Gods geboden, maar doet zich voor als een oprecht christen en zegt mooie dingen over ‘haar relatie met Jezus’. Wanneer een belijdenis niet klopt met het leven zou er een rode lamp moeten gaan branden! Hoe kunnen christenen dingen in hun leven toelaten en vergoelijken waarvan de oneindig goede en heilig God walgt en genieten van dingen die God haat? Kun je gerust slapen met zaken in je leven, die je blijkens het Bijbels getuigenis uit de hemel zullen houden?
We hebben het hier over essentiële zaken; het is geen spelletje! Het kernprobleem? Als het leven niet klopt, dan klopt het hart niet. Dat laatste moet veranderen. Je MOET opnieuw geboren worden! Dan krijg je een hart dat gaat liefhebben wat Hij liefheeft omdat je Hem van harte lief hebt. De echte christen is niet zondeloos, maar heeft wel een hart dat de zonde ten diepste niet wil en zal door de Geest geleid doen wat Hij zegt! Dit is het ‘nieuwe verbond’. Dan volgen die werken echt wel! Herkent u zich daarin? Dank dan God, want dat is ‘sola gratia’.
Wilco Sliedrecht
Eerder geplaatst in ‘het Zoeklicht’ nr. 16 van 2013 www.zoeklicht.nl
Verwijzingen/aangehaalde Bijbelteksten:
- Jakobus 2:14b
- 2 Kor. 7:10 “Want de droefheid die overeenkomstig de wil van God is, brengt een onberouwelijke bekering tot zaligheid teweeg, maar de droefheid van de wereld brengt de dood teweeg. “
- 1 Kor 9:27 - Jer. 6:14 - Jak. 2:14-26 - 2 Tim. 2:19 - Matth. 5:15-22 - 2 Tim. 3:5
- Zie bijv. Ef. 5:5
- 1 Kor.6:10, Openb. 21: 8 - Joh. 3:7
- Hebr. 10: 16, 17: “Dit is het verbond, dat Ik met hen na die dagen zal sluiten, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun hart geven en Ik zal die in hun verstand schrijven, en aan hun zonden en hun wetteloze daden zal Ik beslist niet meer denken. “
zaterdag 9 maart 2013
In God we trust!
…maar soms
wel moeilijk?
eerder gepubliceerd in Zoeklicht nr. 3 van 2013
Ons
vertrouwen op en in God kan in de soms weerbarstige praktijk van ons leven af
en toe forse deuken oplopen. Dan voldoet een simpel ‘in God we trust’ – zoals
dit op de Amerikaanse Dollar staat- niet meer.
Vertrouwen op een min of meer onzichtbaar ‘Opperwezen’ vraagt om geloof.
Als we in situaties terecht komen die niet overeenkomen met het beeld dat we
van dit ‘Opperwezen’ (gemaakt?) hebben, vraagt dat een groot geloof.
De meesten
van ons maken vroeg of laat zaken in het leven mee, die grote vragen kunnen
oproepen. Ik denk dan als voorbeeld aan twee gebeurtenissen in mijn eigen
leven, waarbij de grondvesten van mijn ‘ongetwijfeld christelijk geloof’
behoorlijk geschud werden.
Een aantal
jaar geleden worstelde ik met het geloofsthema: ‘vertrouwen op God’ en het aan
Hem terug toevertrouwen wat Hij eerder gegeven heeft. Zoals Job het verwoordde:
“De Heere heeft gegeven en de Heere heeft genomen; de Naam van de Heere zij
geloofd!”
Deze
worsteling betrof met name het gebied van leven en gezondheid van mijzelf en mensen
die me na aan het hart liggen. De
gedachte dat God dit zo maar weg zou kunnen nemen, benauwde me. Juist in die
periode vonden wij onze dochter na een middagslaapje rillend in haar bed. Haar
gelaatskleur veranderde van bleek naar soms zelfs blauw. Er was duidelijk iets
mis; ik dacht direct aan een infectie met daarbij een nadelig effect op de
circulatie en we besloten zelf met spoed naar het dichtbij gelegen
Kinderziekenhuis te rijden. De angstige gedachte een kind te kunnen verliezen
greep me met name ’s avonds aan toen ik kind en vrouw op de Intensive Care
achter had gelaten en ik zelf in een stil huis de juist die ochtend gemaakte
videobeelden van de kleine bekeek. Die avond riep ik het uit tot God en vroeg
Hem om tot me te spreken door Zijn Woord.
Een andere
moeilijke situatie was die rond een zeer nabij familielid. Bij het wachten op
de tram, werd hij aangereden door een bestelbus. Zwaar hersenletsel was het
gevolg en we hebben nooit meer de oude persoon terug gezien. Enige tijd na het
ongeval was er bij meerderen het geloof om te bidden om herstel. Er zijn gebedssamenkomsten
georganiseerd waarin vurig gebeden werd en meerderen oprecht geloofden dat God
nog steeds dezelfde was en dat Hij het onmogelijke zou gaan doen. Genezing in
de Bijbel was namelijk een integraal onderdeel van het geloofsleven van de
eerste christenen….
Mogelijk heeft
u zo uw eigen situaties in gedachten. Het betreft pijnlijke herinneringen aan
langer of korter geleden vervlogen tijden. Mogelijk zit u nu zelfs op dit
moment in zo’n situatie waar u heen en weer geslingerd wordt tussen hoop en
vrees. Loopt het leven op rolletjes dan is er vaak niet het besef dat leven en
gezondheid een broos bezit zijn.
Sommigen van
u zullen dit jaar de boodschap krijgen ongeneeslijk ziek te zijn. Anderen
zullen dit bericht over een nabije geliefde horen of krijgen het
hartverscheurende bericht dat een familielid in een verkeersongeval het leven
gelaten heeft. Als mens hebben we vaak behoefte aan zekerheid en een grote mate
van voorspelbaarheid. Ziekte, ongevallen en de dood kunnen deze vastigheid
totaal uit handen slaan.
In deze
onzekerheid is er de behoefte aan
vastigheid buiten onszelf. Een onwankelbaar vertrouwen op Diegene die de aarde
ooit in volmaakte harmonie geschapen had en dit op een dag weer zal herstellen.
Inderdaad een ‘Opperwezen’ die boven al de aardse onzekerheid staat en - ook al
lijkt het soms anders - toch de loop van alle dingen in Zijn hand heeft.
Ik wil u enkele
gedachten meegeven:
- Ziekte, lijden en dood was niet het
oorspronkelijke lot van de mens (in de Hof van Eden) en zal dit voor Gods
kinderen ook in de toekomst niet zijn. [i]
Het is een gevolg van de zonde. Dit hoeft niet uw eigen specifieke zonde
te zijn, maar dat kan overigens wel. [ii]
Met de aardse bediening van de Here Jezus zien we dan ook als teken van de
uiteindelijke ziektevrije toekomst ‘alvast’ genadevolle genezingen en
zelfs opwekking van doden.
- Besef dat de moeilijke situatie waarin u verkeert
alleen kan bestaan onder de toelating van God Zelf, die er uiteindelijk
dus ook boven staat. Zonder Hem valt er geen mus of wordt er ook maar een
haar van uw hoofd gekrenkt. Ik denk als voor beeld aan het verhaal van de
schipbreuk van Paulus.[iii]
- God doet uiteindelijk voor Zijn kinderen ‘alle
dingen meewerken ten goede’. [iv]
Dat vraagt om vertrouwen op God en Zijn Woord, ook al begrijpt u het op
dit moment (nog) niet.
- Jezus Christus zelf weet wat lijden en zelfs
sterven is, ook al had Hij geen enkele zonde. Hij was een Hogepriester die
weet waar de gevallen mens doorheen gaat. [v]
Terugkomend
op enkele van mijn eigen ervaringen: terwijl mijn dochtertje in het ziekenhuis
lag, las ik ‘s avonds Psalm 22 en werd ik vertroost door met name vers 31 met een
belofte voor ook haar geestelijke toekomst. [vi]
Het andere
familielid genas helaas niet en overleed zelfs nog vrij onverwacht 2 jaar
geleden na een lijdensweg van 8 jaar. Deze situatie blijft voor mij met vragen
omgeven, met een bewuste keuze tot beoefening van desondanks blijven vertrouwen
op God.
Zo kunt u in
moeilijke situaties tot God bidden om uitkomst en vertrouwen. Dit betekent
natuurlijk niet dat alles dan wel goed zal komen, maar zaken bewust in Gods
hand leggen kan in ieder geval tot rust en vrede bij uzelf leiden. Ook uw
twijfel en aanvechting kunt u met God zelf bespreken en in gebed aan Hem
voorleggen. Laten we Hem dan ook bij voorspoed danken voor zoveel onverdiende
goedheid.
Drs. W. Sliedrecht
[i]
“En God zal
alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen
rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn
voorbijgegaan“ (Openbaring 21:4 HSV ).
[ii]
Zie bijv. 1 Kor. 11:30; gevolgen van zonde rond het Avondmaal in de gemeente
[iii]
Paulus MOEST in Rome terecht komen en daarbij gaf God ook allen die in het
schip dat schipbreuk leed aanwezig waren het leven; mits ze zich aan de aanwijzingen
van Paulus hielden (Handelingen
27).
[iv]
Romeinen 8:28
[v] Hebr. 4:15
[vi] vs. 31 : “Het nakroost zal Hem dienen, er zal van de Here
verteld worden aan het komende geslacht” (NBG).
woensdag 27 februari 2013
Een mensonterende boodschap
eerder gepubliceerd in Zoeklicht 1 van 2013 website Zoeklicht
Het Evangelie, dat ik u verkondigd heb…[i]
Het Evangelie, dat ik u verkondigd heb…[i]
Door: Wilco
Sliedrecht
Het Evangelie, het goede nieuws, is een boodschap die bij de
gemiddelde mens niet lekker in het gehoor ligt. Natuurlijk, je kunt het verhaal
wat sappiger, wat heroïscher maken, maar sec genomen is het nu niet een
boodschap die ‘lekker landt’. Op momenten dat ik er met niet- gelovigen over spreek,
merk ik soms dat ik mezelf hoor praten en bevliegt het me vaak dat het niet erg
‘cool’ is wat ik sta of zit te vertellen. Zeker als je niet om de hete brij
wilt heen draaien.
De gemiddelde mens lijkt er eigenlijk ook niet zo’n behoefte
aan te hebben; zonde en de vergeving daarvan zal ze een worst wezen. Anderzijds
gaan hun ogen wel glimmen en heb je een heel ander gesprek als het bijvoorbeeld
over de voetbalwedstrijd van gisteren of –ik noem nog maar wat- de trouwjurk
van een prinses - gaat.
Nu vinden er al jarenlang allerlei initiatieven plaats om de
boodschap wat toegankelijker te maken en het Evangelie in hapklare brokken op
te dienen. Een nieuwe poging om het Nederlandse volk te bereiken geschiedde met
een populair, glimmend blaadje ( ‘glossy’). De boodschap over zonde zou een
boodschap over het begrip schaamte
worden. Gelovigen die letterlijk met één been in de wereld staan kregen in dit
blad een prominente plaats om te vertellen dat er ‘meer’ is. Een initiatiefnemer verwachtte van tevoren
overigens niet dat er mensen door tot geloof zouden komen….[ii]
Nu lijkt het er inderdaad vaak op dat er allerlei ongewenste
en onnodige hobbels liggen en de kerk een niet al te best imago heeft. Een
christen of groep christenen, die op een Christus- onterende manier in de media
komt, schaadt daarmee de Naam die ze –al dan niet terecht- dragen. Gedrag van
gelovigen kan de Naam van God onder niet- gelovigen schaden, zo blijkt uit Nieuw
Testamentische teksten [iii]. Het omgekeerde is
overigens een uitdagender opdracht! [iv]
Wat dat betreft past gelovigen eigenlijk wel wat meer
bescheidenheid, ja berouw. Vaak moeten er heel wat stenen uit de akker verwijderd
en hobbels vereffend worden, voordat je tot de kern kunt komen. Daarom heb ik
begrip voor laagdrempelige initiatieven die trachten eerst wat goodwill te
kweken, voordat de eigenlijke boodschap gelanceerd kan worden.
Toch ligt hem daar ook weer ‘de crux’, als je vervolgens aan
die eigenlijke boodschap van het kruis niet toekomt. Soms wordt ‘Paulus op de
Areopagus’ in Athene als voorbeeld aangehaald ; sluit net als Paulus eerst aan
bij de leefwereld (hier de Griekse godenwereld) van je gesprekspartner! Lees je het verhaal in Handelingen 17 echter
goed, dan zie je dat dit alleen maar als tijdelijk opstapje naar de eigenlijke
boodschap diende. Paulus pakt gelijk door, maar ook al even daarvoor had hij ‘gewoon’
over Jezus en de opstanding gesproken. Hierna ging Paulus verder en vertelde
over bekering en Gods oordeel. Het gevolg is een tweedeling in zijn gehoor: er
komen spotters en volgers. Vanuit de laatste categorie kwamen vervolgens ook
mensen tot geloof.
Dan nog een opmerkelijke beschrijving van een boodschap van Jezus
zelf (Lukas 4:16 evv.). Hij preekt in de plaats Nazareth, waar hij opgegroeid
is, in de synagoge vanuit het boek Jesaja. Heel het publiek stemt met zijn
woorden in en verwondert zich over die woorden van genade. Dit hebben ze nog
nooit gehoord! Al snel slaat de stemming
om als Jezus er nog wat aan toevoegt….. God verkiest niet het ‘met zichzelf
ingenomene’, zo luidt Jezus boodschap. Het was Zijn tijd nog niet, want anders
was Hij ter plekke vermoord.
Op een andere Bijbelplek [v] staat beschreven dat Jezus
geen voorkeur voor de grote aantallen had. Hij ziet haarscherp wie behoren tot
het relatief kleine clubje ware volgers. In de plaats Kapernaüm
houdt Hij zijn hoorders voor dat alléén wie zijn vlees eet en bloed drinkt, het
eeuwige leven beërft en tot het leven zal opstaan. Hij geeft ook nog aan dat
niemand tot Hem kan komen, tenzij dat God de Vader dat geeft.
Zonder door de Geest geopende ogen, oren, verstand en hart,
versta je namelijk niet dat de God-mens Jezus Christus Zijn leven moest geven
om verzoening teweeg te brengen. God opende het hart van Lydia, en er komen
precies zoveel mensen tot geloof als er hiertoe bestemd waren. [vi] [vii]
Toen de zondeval net had plaatsgevonden gaf God al de belofte van de
komst van Zijn Zoon. De toorn van God en de genoegdoening voor de zonde, die niet door het bloed van
stieren en bokken kon plaatsvinden, vonden hun oplossing in het offer dat
eenmaal door Jezus Christus gebracht werd. Hij zei: “Ik zal komen, Ik bied Mezelf
aan, Vader!” (Hebr. 10).
Het was A.W. Tozer die stelde: “Je moet door God, vóór God en van God gered worden”. Naast het “alzo
lief” uit Johannes 3, zegt vers 36: “Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven, maar wie de
Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op
hem “.
Er is in de eerste plaats niet het probleem tussen u en de duivel of u
en de anderen om u heen dat opgelost moet worden. Het belangrijkste probleem heeft
de mens met God Zelf! Dit probleem is dusdanig dat over onze ‘vijandschap’ [viii] en een ‘haat’ [ix] vanuit God naar u
gesproken wordt. Daarom bestaat er geen grotere liefde, dan de opzoekende,
onverdiende en stervende liefde van God in Zijn Zoon, Jezus Christus. Voor een
goed mens zou je in uitzonderlijke gevallen misschien je leven nog willen
geven, maar voor zondaren en vijanden? [x]
Daarom berooft het Evangelie ons van alle eigen eer; maar geeft de mens
uiteindelijk een buitengewone eer. Dit
slaat mijn trots, al mijn verdienste neder,'t verlaagt mij diep, maar o, 't
verhoogt mij weder!
Wat staat dat haaks op onze cultuur en natuurlijke toestand!
Het komt van Hem, door Hem en is bedoeld tot eer van Hem. In Zijn en
mijn dood, wordt uiteindelijk het leven gevonden. Een mensonterende, maar tegelijk
mensverheerlijkende boodschap. Een Evangelieboodschap, ondersteund door uw verander(en)de levenswandel!
[i] 1 Kor.15:1
[iii] Bijv. Rom. 2:24, 1 Tim. 6:1 en Titus 2:5
[iv]
Mat. 5:16, 1 Petr. 2:12
[v]
Joh.6 vanaf vs. 22
[vi]
Hand.16:14, Hand. 13:48
[vii] Hoewel het leerstuk van
Gods verkiezing tot een theologisch wangedrocht kan worden en mensen in sommige
kringen onterecht iedere eigen verantwoordelijkheid ontneemt, laat het in haar
zuivere vorm Gods eer in de redding van zondaren schitteren als een diamant.
Paulus verwoordt dit in Romeinen 8 (vs. 29-30) prachtig!
[viii]
Rom. 5:10
[ix]
Psalm 5:6 en 11: 5
[x]
Romeinen 5:7
zondag 3 februari 2013
Lessen uit het sterfhuis............ (1)
Stel, u bent op weg en halverwege uw straat staat een raam in kantelstand open. Terwijl u voorbij loopt, hoort u het gesnik van enkele aanwezigen in dit huis. U werpt een korte blik naar binnen en ziet de contouren van de aanwezigen door de vitrage heen. Zij staan rondom een geliefde die zojuist de laatste adem heeft uitgeblazen…
In het huis waar rouw bedreven wordt over een recent gestorvene, valt volgens Salomo meer te leren dan in een huis waar vanwege een blijde gebeurtenis feest wordt gevierd. (2) Deze stelling uit Prediker 7:22 kan je rauw op je dak vallen. Is rouw beter dan de vreugde van een feest? Ja, inderdaad is het volgens de Bijbel goed om stil te staan bij het lot dat ons allen vroeg of laat zal treffen. Het is niet aan allen gegeven om in een vurige wagen ten hemel te reizen of als levende de wederkomst van Christus mee te maken. Niet alleen de prediker Salomo spiegelt ons deze waarheid voor. Verschillende Bijbelschrijvers (en door hen heen God de Heilige Geest zelf) dwingen ons stil te staan bij een waarheid waar we meestal liever aan voorbij lopen. Voor u die desondanks toch verder bent blijven lezen: laten we er toch even bij stilstaan…
Salomo: stilgezette realist
‘Sterven’ als begrip werd al direct in de eerste hoofdstukken van de Bijbel - en daarmee de geschiedenis van de mensheid - geïntroduceerd. Had het eerste echtpaar dit nog in eigen hand; door hun daad van ongehoorzaamheid glipt ook ons het leven uit handen. Dagelijks sterven er naar schatting wereldwijd ruim 150.000 mensen; in Nederland zo’n 370 mensen per dag. Dat zijn enorme aantallen, als je hier tenminste even bij stil durft te staan. Overigens is er dagelijks in veel meer huizen de vreugde van een geboorte en in ontelbare huizen de vreugde van bijvoorbeeld een verjaardagsfeest. Ook bij de vreugdetonen van een bruiloft is het goed toeven! Het eerste wonder van Jezus gebeurde op een bruiloft, maar ook de rouwenden gaf Hij soms een geliefde terug. Straks is er ‘de bruiloft van het Lam’; een feest dat nooit zal eindigen. Toch vraagt de Prediker ons om ons te concentreren op het huis waar de tranen nog lang niet gedroogd zijn. Waar de rouw en diep gevoeld verlies de sombere boventoon voeren. Hier valt volgens Salomo namelijk meer te leren dan in de huizen waar de feestvreugde overheerst. Feest kende de schrijver Salomo overigens zelf in overvloed. Hij had zijn hart gezet op alles wat er maar te genieten viel. Zoals veel jongeren ook nu nog hun jeugd zien als de tijd van ‘feesten’, zocht Salomo het onder andere in (overigens beperkt) alcoholgebruik en de liefde. Na zijn zoektocht naar het ware genieten, was de conclusie dat het uiteindelijk allemaal ‘ijdel’ was. Dit zijn niet de woorden van een gedeprimeerde idealist, maar de woorden van een stilgezette realist. Tragisch is het als je zo in je bezit opgaat en steeds ‘grotere schuren bouwt’ en op dat moment je ziel van je afgeëist wordt (Lucas 12:20). Zoals het in Hebreeën 9:27 verwoord wordt: het is de mensen beschikt om te sterven, en hierna volgt het oordeel.
Het houdt niet op!
In het huis van rouw, daar waar een mens in zijn sterfhuis de laatste adem heeft uitgeblazen en de overgebleven geliefden staren naar het levenloze lichaam, juist daar is de plek om tot bezinning te komen. Daar is de schrikwekkende realiteit van ‘de zondeval’ en haar wrede gevolgen voor de gehele mensheid zichtbaar als nooit te voren. De echo klinkt en weerklinkt: ‘ten dage, als gij daarvan eet, zult gij de dood sterven.’ De rebellie van het ‘als God willen zijn’ werd op deze wijze duur betaald. De dood wordt een vijand genoemd. De laatste vijand die uiteindelijk ontwapend en overwonnen wordt (1 Korintiërs 15:26) en in zekere zin al is. Als de dood is ingetreden, houdt het volgens de Bijbel niet op. Hoewel moderne hersenwetenschappers aannemen dat het bewustzijn alleen maar kan bestaan vanwege de aanwezigheid van een werkend brein, leert de Bijbel dat er na de dood twee opties zijn. Er is een plaats van eeuwig afgrijzen en er is een plaats van eeuwige zaligheid. Er is een plaats van een eeuwigheid zonder God en een plaats van een eeuwigheid in aanwezigheid van God. Om in de eerste plaats te komen hoef je niet veel te doen; men komt er vanzelf uit. De tweede plaats is voor diegenen die al tijdens het leven zijn overgegaan van de dood naar het leven. Al bij de geboorte is de toestand van de mens een ‘geestelijke dood’. Ongevoelig voor geestelijke zaken, van nature niet geneigd om van God te houden en van Hem te genieten. ‘Vijandschap’ wordt dat zelfs genoemd. Dus al tijdens het aardse leven is er een tweede ‘levendmaking’ van levensbelang. ‘Ook u heeft Hij met Hem levend gemaakt, u die dood was door de overtredingen en de zonden’ (Efeziërs 2:1, HSV). Na de geboorte moet er dus een wedergeboorte plaatsvinden, die ertoe leidt dat u al tijdens dit leven met en voor God leeft.
Eeuwig leven
Ik wil u meenemen naar een bijzondere plek van rouw waar bovenstaande mogelijk gemaakt is. Net buiten de stadsmuren van Jeruzalem hangt te midden van twee anderen een man, die zojuist de laatste adem heeft uitgeblazen. Hij is de dood gestorven aan een Romeins martelwerktuig. Enkelen die Hem liefhebben, kijken verbijsterd en staan snikkend op Golgotha. Ook veel later zal er over deze ‘doorstokene’ nog rouw bedreven worden.(3) Zijn lichaam wordt weggehaald naar een grafspelonk gebracht. De rouwenden hebben het lichaam met grote zorg behandeld. Weer wat later zien we een aantal rouwende vrouwen; zij komen tevergeefs bij het graf. Daar is ‘de dood’ voor de gelovige namelijk de doorgang naar het eeuwige leven geworden. Gelooft u dat? Gelooft U Hem? Toen Lazarus gestorven was, huilde Jezus. Toch sprak Hij toen de volgende haast onwerkelijke woorden: ‘Ik ben de Opstanding en het Leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al was hij gestorven, en ieder die leeft en in Mij gelooft, zal niet sterven in eeuwigheid.’ En daar die vraag: ‘Gelooft u dat?’ (4)
Tot slot een tekst uit Openbaring 21: ‘En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.’ Zorg dat u dáár bij bent, want dan heeft uw bezoek aan ‘het huis vol rouw’ pas echt zin gehad.
Wilco Sliedrecht
1 Ter nagedachtenis aan mijn vader: Willem Sliedrecht. Overleden 17-12-1992.
2 ‘Het is beter naar een klaaghuis te gaan dan naar een huis te gaan waar een feestmaal gehouden wordt. Dat is immers het einde van iedere mens, en de levende moet het ter harte nemen’ (HSV). ‘Het is beter dat je naar een huis vol rouw gaat dan naar een huis vol feestrumoer, want in een huis vol rouw eindigt iedereen. Dat neme ieder mens zijn leven lang ter harte’ (NBV).
3 Zacharia 12:10, Openbaring 1:7
4 Johannes 11:25,26
In het huis waar rouw bedreven wordt over een recent gestorvene, valt volgens Salomo meer te leren dan in een huis waar vanwege een blijde gebeurtenis feest wordt gevierd. (2) Deze stelling uit Prediker 7:22 kan je rauw op je dak vallen. Is rouw beter dan de vreugde van een feest? Ja, inderdaad is het volgens de Bijbel goed om stil te staan bij het lot dat ons allen vroeg of laat zal treffen. Het is niet aan allen gegeven om in een vurige wagen ten hemel te reizen of als levende de wederkomst van Christus mee te maken. Niet alleen de prediker Salomo spiegelt ons deze waarheid voor. Verschillende Bijbelschrijvers (en door hen heen God de Heilige Geest zelf) dwingen ons stil te staan bij een waarheid waar we meestal liever aan voorbij lopen. Voor u die desondanks toch verder bent blijven lezen: laten we er toch even bij stilstaan…
Salomo: stilgezette realist
‘Sterven’ als begrip werd al direct in de eerste hoofdstukken van de Bijbel - en daarmee de geschiedenis van de mensheid - geïntroduceerd. Had het eerste echtpaar dit nog in eigen hand; door hun daad van ongehoorzaamheid glipt ook ons het leven uit handen. Dagelijks sterven er naar schatting wereldwijd ruim 150.000 mensen; in Nederland zo’n 370 mensen per dag. Dat zijn enorme aantallen, als je hier tenminste even bij stil durft te staan. Overigens is er dagelijks in veel meer huizen de vreugde van een geboorte en in ontelbare huizen de vreugde van bijvoorbeeld een verjaardagsfeest. Ook bij de vreugdetonen van een bruiloft is het goed toeven! Het eerste wonder van Jezus gebeurde op een bruiloft, maar ook de rouwenden gaf Hij soms een geliefde terug. Straks is er ‘de bruiloft van het Lam’; een feest dat nooit zal eindigen. Toch vraagt de Prediker ons om ons te concentreren op het huis waar de tranen nog lang niet gedroogd zijn. Waar de rouw en diep gevoeld verlies de sombere boventoon voeren. Hier valt volgens Salomo namelijk meer te leren dan in de huizen waar de feestvreugde overheerst. Feest kende de schrijver Salomo overigens zelf in overvloed. Hij had zijn hart gezet op alles wat er maar te genieten viel. Zoals veel jongeren ook nu nog hun jeugd zien als de tijd van ‘feesten’, zocht Salomo het onder andere in (overigens beperkt) alcoholgebruik en de liefde. Na zijn zoektocht naar het ware genieten, was de conclusie dat het uiteindelijk allemaal ‘ijdel’ was. Dit zijn niet de woorden van een gedeprimeerde idealist, maar de woorden van een stilgezette realist. Tragisch is het als je zo in je bezit opgaat en steeds ‘grotere schuren bouwt’ en op dat moment je ziel van je afgeëist wordt (Lucas 12:20). Zoals het in Hebreeën 9:27 verwoord wordt: het is de mensen beschikt om te sterven, en hierna volgt het oordeel.
Het houdt niet op!
In het huis van rouw, daar waar een mens in zijn sterfhuis de laatste adem heeft uitgeblazen en de overgebleven geliefden staren naar het levenloze lichaam, juist daar is de plek om tot bezinning te komen. Daar is de schrikwekkende realiteit van ‘de zondeval’ en haar wrede gevolgen voor de gehele mensheid zichtbaar als nooit te voren. De echo klinkt en weerklinkt: ‘ten dage, als gij daarvan eet, zult gij de dood sterven.’ De rebellie van het ‘als God willen zijn’ werd op deze wijze duur betaald. De dood wordt een vijand genoemd. De laatste vijand die uiteindelijk ontwapend en overwonnen wordt (1 Korintiërs 15:26) en in zekere zin al is. Als de dood is ingetreden, houdt het volgens de Bijbel niet op. Hoewel moderne hersenwetenschappers aannemen dat het bewustzijn alleen maar kan bestaan vanwege de aanwezigheid van een werkend brein, leert de Bijbel dat er na de dood twee opties zijn. Er is een plaats van eeuwig afgrijzen en er is een plaats van eeuwige zaligheid. Er is een plaats van een eeuwigheid zonder God en een plaats van een eeuwigheid in aanwezigheid van God. Om in de eerste plaats te komen hoef je niet veel te doen; men komt er vanzelf uit. De tweede plaats is voor diegenen die al tijdens het leven zijn overgegaan van de dood naar het leven. Al bij de geboorte is de toestand van de mens een ‘geestelijke dood’. Ongevoelig voor geestelijke zaken, van nature niet geneigd om van God te houden en van Hem te genieten. ‘Vijandschap’ wordt dat zelfs genoemd. Dus al tijdens het aardse leven is er een tweede ‘levendmaking’ van levensbelang. ‘Ook u heeft Hij met Hem levend gemaakt, u die dood was door de overtredingen en de zonden’ (Efeziërs 2:1, HSV). Na de geboorte moet er dus een wedergeboorte plaatsvinden, die ertoe leidt dat u al tijdens dit leven met en voor God leeft.
Eeuwig leven
Ik wil u meenemen naar een bijzondere plek van rouw waar bovenstaande mogelijk gemaakt is. Net buiten de stadsmuren van Jeruzalem hangt te midden van twee anderen een man, die zojuist de laatste adem heeft uitgeblazen. Hij is de dood gestorven aan een Romeins martelwerktuig. Enkelen die Hem liefhebben, kijken verbijsterd en staan snikkend op Golgotha. Ook veel later zal er over deze ‘doorstokene’ nog rouw bedreven worden.(3) Zijn lichaam wordt weggehaald naar een grafspelonk gebracht. De rouwenden hebben het lichaam met grote zorg behandeld. Weer wat later zien we een aantal rouwende vrouwen; zij komen tevergeefs bij het graf. Daar is ‘de dood’ voor de gelovige namelijk de doorgang naar het eeuwige leven geworden. Gelooft u dat? Gelooft U Hem? Toen Lazarus gestorven was, huilde Jezus. Toch sprak Hij toen de volgende haast onwerkelijke woorden: ‘Ik ben de Opstanding en het Leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al was hij gestorven, en ieder die leeft en in Mij gelooft, zal niet sterven in eeuwigheid.’ En daar die vraag: ‘Gelooft u dat?’ (4)
Tot slot een tekst uit Openbaring 21: ‘En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.’ Zorg dat u dáár bij bent, want dan heeft uw bezoek aan ‘het huis vol rouw’ pas echt zin gehad.
Wilco Sliedrecht
1 Ter nagedachtenis aan mijn vader: Willem Sliedrecht. Overleden 17-12-1992.
2 ‘Het is beter naar een klaaghuis te gaan dan naar een huis te gaan waar een feestmaal gehouden wordt. Dat is immers het einde van iedere mens, en de levende moet het ter harte nemen’ (HSV). ‘Het is beter dat je naar een huis vol rouw gaat dan naar een huis vol feestrumoer, want in een huis vol rouw eindigt iedereen. Dat neme ieder mens zijn leven lang ter harte’ (NBV).
3 Zacharia 12:10, Openbaring 1:7
4 Johannes 11:25,26
Abonneren op:
Posts (Atom)